Pas enkele dagen teruggekomen van de festivalweide van Rock Werchter, stonden we afgelopen woensdagavond al weer in Tivoli, bij een concert van de in alternatieve kringen befaamde band The National. Wat een verandering, van het inhoudsloze, dronken festivalpubliek naar het serieuze en aandachtige zaalpubliek, maar dat moet ook wel als je naar The National gaat. Ze hebben al vijf cd’s uit maar spelen nog steeds in relatief kleine zalen (zoals Paradiso en dus ook Tivoli), maar verkopen die dan wel snel uit. Caspar en ik wilden naar onze thuishaven Paradiso gaan, maar met de tijd dat we er achter kwamen dat ze daar optraden was het al lang uitverkocht, dus zijn we maar naar het Utrechtse Tivoli vertokken. De vorige keer dat we daar waren trad Elbow op toen ze net The Seldom Seen Kid hadden gereleased.Dat was al een jaar geleden dus het was weer even wennen na al die concerten in Paradiso. The National’s nieuwste album, High Violet, werd door de hele scene als een prachtstuk ervaren, zo ook door Caspar en mij. Dit en positieve reacties van vorige concerten van The National zorgden ervoor dat wij er veel van verwachtten.
Tivoli is een leuke zaal, en als je vooraan op het balkon staat kan je de setlist van de band zien, toch leuk om te weten dat ze begonnen met Runaway, een van de prachtige nummers van High violet. Het voorprogramma was Broken Records, een leuk bandje waarvan de zanger met zijn stem gelijkenissen met The Cure opwekt, hoewel ze over-all meer deden denken aan baroque-pop à la Arcade Fire of The Decemberists. Dit was voor mij het beste voorprogramma dat ik heb gezien. Na een halfuurtje warm te zijn gedraaid konden we ons dan eindelijk op gaan maken voor de hoofdact. The National kwam het podium op en grapte over de halve finale van het WK. Daarna begon hij, met het prachtige diepe en intrigerende geluid van zijn stem te zingen. Meteen waren we overweldigd, een licht dronken zanger die al zijn passie en agressie in zijn liedjes gooit. We begrepen waarom The National zó goed was; de zanger schreef de teksten, maar de band schreef de instrumentale gedeeltes. Geen dominantie van de zanger dus, maar een perfecte verdeling. Nog een groot pluspunt was dat de zanger zingt op zijn natuurlijke frequentie, mensen noemen het monotoon maar zo komt zijn geluid het beste naar buiten.
Het concert begon met mooie nummers, maar nam je nog niet helemaal mee. De zaal zat ook niet echt mee, het soms grootse geluid op cd kwam live een beetje krakkemikkig naar voren, dat is het nadeel van kleine zalen. Het vierde nummer was meteen dé knaller op CD, Bloodbuzz Ohio. Het nummer met de prachtige teksten (de zanger kan zowaar mooi zingen maar is ook een echte songwriter) ‘’I still owe money to the money to the money I owe’’ of: ‘’I never thought about love while I thought aboute home’’. Maar dit was live nou niet de uitschieter die we hadden verwacht. Tot dan was het een goed concert maar het miste net de finishing touh en dat was jammer. Sorrow werd gespeeld en de zanger liet zich helemaal los, hij ging tussen de massa staan en gooide agressief met zijn microfoon en standaard, hij uitte zich helemaal en juist dat maakte dit het perfecte einde van het concert. De toegift die erna kwam was van buitengewoon hoge kwaliteit, wat het hele concert van ruim twinting nummers opkrikte tot een must-see. We verheugen ons nu al op onze tweede ontmoeting met The National, op Haldern Pop.
Comments
Leave a comment Trackback