
Er kan geen twijfel over bestaan: The Veils waren gisteravond in Paradiso fenomenaal! Overdonderend en perfect tot in de puntjes, en zeker voer voor de jaarlijstjes van 2010. En gespecialiseerde setlist-analisten Abel en Caspar hadden niet anders verwacht natuurlijk. Want die setlist was prachtig samengesteld, alles paste. De veelzijdigheid van The Veils viel goed te zien in die setlist, want er werden nummers gespeeld van het perfecte popliedje Sit Down by the Fire, het breekbaar-ingetogen Lavinia en het experimentele naar The Doors nijgende Larkspur tegen het einde van de set.
Maar daar zijn we nog niet, want het concert begon natuurlijk met een voorprogramma. S.C.U.M., de o-zo grappig gekozen bandnaam van het bandje, was zoals je van een goed voorprogramma kan verwachten aardig, maar viel niet op en stak niet uit dus iets om zo snel mogelijk te vergeten. De zanger (op de foto) gedroeg zich trouwens als een combinatie tussen Jim Morrison en een wannabe-messias.
Dus toen ze weer het podium verlieten en die vervelende stilte tussen het voor- en hoofdprogramma begon waren Abel en ik aangenaam opgelucht. Erg grappig was de roadie van The Veils (die er uit zag als een hardrocker die uit z’n band is gezet) die alle instrumenten van de band in zijn eentje klaarzette en ook tussen elk nummer met een nieuwe gitaar voor Finn en zijn gitarist kwam aanzetten. Respect!
Nu zijn er al twee alinea’s verspild aan The Veils, dus daarom: The Veils. Frontman Finn Andrews, die herkenbaar is door zijn slanke figuur, stoppelbaardje en de hoed die hij altijd op heeft. En wat heeft die zanger toch een mooie persoonlijkheid. Je zou het aan de muziek niet altijd kunnen afhoren, maar hij is ontzettend verlegen en onzeker, maar wel heel schattig. Na een goede recht-toe-recht-aan-start met Not Yet! en meteen daarna The Letter durfde hij eindelijk het publiek van Paradiso aan te spreken. En toen kwam hij niet uit zijn woorden. Andere mooie momenten waren toen hij het publiek in keek en begon te gniffelen, en natuurlijk toen hij ons vroeg of we met z’n allen ‘Finn, don’t fuck it up!’ konden schreeuwen. Tot drie keer toe. En dat toont wel de onzekerheid van een van de beste frontmannen ooit.
Maar met alleen maar verlegen doen tegen het publiek kom je er natuurlijk niet. Het belangrijkste is de muziek dus daar ga ik het nu over hebben. Die is, zoals we van The Veils kunnen verwachten, geniaal. Wat me elke keer weer verbaast is de veelzijdigheid van de groep. Hoe je van het ongelijk mooie popliedje Sit Down by the Fire opeens weer over kan gaan op een ruig nummer als Larkspur of dat andere nummer van hun nieuwste album Sun Gangs, Scarecrow, dat live veel en veel ruiger was dan op de CD.
Hoog
tepunten waren het vlotte openingsduo Not Yet! en The Letter, twee van onze favorieten die met veel overtuiging werden gezongen en gespeeld, Larkspur, Nux Vomica natuurlijk, maar ook Lavinia en The Tide That Left And Never Came Back.
Larkspur was het laatste nummer voor de toegift en werd met een ongelofelijke overtuiging gespeeld. De gitarist had zijn plectrum verruild voor een strijkstok waar aan het einde van het nummer niet veel meer van over was, de zanger zelf zong de sterren van de hemel en de longen uit zijn lijf en de drummer, nou ja, drumde er op los. Fijn bij The Veils is dat dit soort experimentele nummers nooit hun vorm verliezen. Het wordt geen echt gefreak zoals bij andere bandjes, maar blijft bescheiden herrie met feedback, gepingel en gepangel en soms gewoon oorverdovend lawaai. Maar wel mooi!
Een ander hoogtepunt was Jesus for the Jugular. Op CD niet zo’n heel opvallend nummer, maar live spatten de vonken er vanaf. Het toch al goede riffje maakte The Veils op het podium nog dreigender, nog bijtender en sluipender als een weerhaakje dat bij elke drumslag dieper komt te zitten en er bij de ontknoping keihard uit wordt getrokken. Ja, zo moet een liedje van The Veils ongeveer aanvoelen.
Dat is misschien nog het meest te voelen bij Nux Vomica, het ongetwijfelde hoogtepunt. Laatste nummer van de toegift (hoewel Finn daarna in zijn eentje nog 1 nummer speelde). Het sluipende ritme en de bijtende zang bouwen op naar een zo geweldig hard maar goed einde waarin The Veils eindelijk echt tot hun recht komen. Bij Finn Andrews die met slepende motoriek zijn gitaar zo ongeveer vermoord staan de tranen zowaar in de ogen. Terwijl hij helemaal opgaat in de muziek gooit hij nog de microfoonstandaard alweer voor de tweede keer om wat zorgt voor een harde ‘bonk’ gevolgd door wat fijne feedback. Nog nooit heb ik een optreden meegemaakt met zoveel overtuiging!
Comments
Leave a comment Trackback