Broken Bells - Broken BellsEen van de projecten waar ik al een paar maanden naar uitkijk is Broken Bells, de samenwerking tussen producer DJ Danger Mouse, ook bekend als producer van het tweede Gorillaz-album, uit het duo Gnarls Barkley met de hit Crazy, de man die onlangs een prachtige samenwerking met Sparklehorse (rest in peace) uitbracht onder de naam Dark Night of the Soul en het bovendien waagde om op geniale de wijze The Beatles’ White Album en Jay-Z zijn Black Album te mengen tot The Grey Album, vol mash-ups van Beatle-liedjes met rap, en James Mercer die met zijn mooie stem ook al The Shins tot een van de betere indiepopbandjes maakte en op Dark Night of the Soul al eerder de vocalen had verzorgd. Kortom, op papier al een interessant project tussen twee vooraanstaande indiemuzikanten, en toen deze winter het eerste liedje The High Road uitkwam was ik om; dit moest wel goed worden. Inmiddels is het album uit en na de eerste lichte teleurstelling ben ik helemaal om; dit wordt dé zomerplaat van 2010!

Voordat ik losbarst moet ik eerst even zeggen hoe geweldig dat nummer wel niet is. De heldere productie van Danger Mouse mag ik wel met die bliepjes op het begin en een fijn ritme, lekker rustig maar niet saai. En James Mercer zijn stem komt onder deze muzikale begeleiding nog beter uit dan bij The Shins. Het is gewoon een superchill liedje dat geniaal geproduceerd is. Zoals ik al zij helder, maar totaal niet glad en met de nodige bliepjes hier en daar, hoewel die helemaal niet nodig zijn om het nummer spannend te houden, het nummer is veel te goed om alleen op die geluidjes te drijven. Dit is een van de liedjes die ik aanstaande zomer lekker ‘s avonds op het balkon ga draaien als de zon ondergaat met een glaasje melk en een bakje nootjes.

Nog geen enkel ander nummer kende ik van het album en ik had geen idee wat ik moest verwachten. Vaporize bijvoorbeeld is weer een totaal ander nummer dan de opener. Veel meer Shins-achtig eigenlijk, met die akoustische gitaren en geen drums, maar met als welkome toevoeging een poporgeltje op de achtergrond. En toch heeft het allemaal net die Danger Mouse-touch die het helemaal afmaakt, net als het zwoele trompetje op het einde boven het ge-’lalala’ uitstijgend.

De nummers op deze plaat zijn misschien verschillend van elkaar, alle liedjes komen op een manier overeen: dezelfde broeierige, zomerse niets-aan-de-hand-sfeer klinkt in elk nummer terug. Een nummer als Your Head Is On Fire, met die prachtige vioolmelodie en daaroverheen een soort elektronisch ‘wah-wah’, ondersteund door een koortje, meer wil je toch niet? Eens even geen depressieve indiefolk maar gewoon modern-alternatieve popmuziek! Het is wel duidelijk dat dit voor mij dé soundtrack van deze zomer wordt. Ook The Ghost Inside is weer een prachtig nummer waarin Mercer wat hoger zingt en het geheel wat meer elektronischer en ritmischer wordt, zeker met die handclaps erbij. Wat ritme en het elektronisch-gehalte heeft de band wel wat weg van Yeasayer, maar die zijn weer veel eclectischer en hectischer en dat pakt voor hen goed uit maar bij Broken Bells kan ik het cleane geluid goed waarderen.

Helaas bevat bijna elke plaat wel wat minpunten. Één daarvan is voor mij het niemendalletje Sailing to Nowhere, dat met die piano een beetje begint als een barsong en wat me vooral tegenstaat is de productie. Die is wat rommeliger en normaal heb ik daar geen problemen mee, maar hier doet het toch wat afbreuk aan het geheel en zijn, op het instrumentale einde met viool na, de stem en instrumenten een beetje door elkaar heen gemixt. Maar het liedje is absoluut niet slecht en zeker het einde geeft een mooi, wat rustiger tegengewicht tegen de vrolijke popliedjes. En dat rustpunt gaat nog even door met Trap Doors. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat de overige liedjes op deze plaat echt up-tempo zijn. Liedjes als The High Road en The Ghost Inside zweven een beetje in het midden tussen de vlotte popliedjes van The Shins en de lome hip-hopbeats van Danger Mouse.

Een van de dingen die me goed bevalt aan dit album zijn de violen die haast op een Beatlesque manier zijn gebruikt, vooral op het tweede gedeelte van het album, soms aangenaam op de voorgrond tredend zoals op het einde van Sailing to Nowhere, soms op de achtergrond zoals in Trap Doors en Citizen, dat nog steeds de wat tragere sfeer doorzet. Daar slaagt Broken Bells ook zeker in maar bij een plaat als deze is het wel logisch dat er op het einde nog een of twee echt goede nummers komen om nog even bij op te veren.

Dat gebeurt wel in het volgende nummer October, maar dat haalt toch het niveau van de eerste vier nummers niet. De subtiele geluiden zijn weer goed gedaan en de algehele productie klinkt goed, en die prachtige zang van James Mercer is ook aanwezig, maar het nummer mist wat. Een soort urgentie. Het nummer valt op de een of andere manier niet echt op, misschien zit er te weinig melodielijn in de zang maar zeker weten die ik het niet. Mongrel Heart klinkt iets gladder en lijkt de eerste paar minuten een onovertuigend nummer te zijn, totdat er een prachtig instrumentaal gedeelte intreedt dat een beetje zigeunerachtig klinkt (Beirut?) en op een prachtige manier piano, strijkers en blazers combineert en na eigenlijk te weinig tijd weer teruggaat naar hoe het nummer begon, dat na zo’n haast klassiek middenstuk opeens een stuk beter klinkt.

De afsluiter The Mail & Misery is geen juweeltje als de opener maar zeker weer een aangename opleving met gewoon weer alle typische elementen van Broken Bells die je ook allemaal kan terugbrengen naar The Shins en Danger Mouse, en dus ook weer een nummer van een hoog niveau. Mijn conclusie is dan ook dat er geen enkel echt slecht nummer op dit album staat, hoewel het hoogtepunt echt aan het begin zit. En zeker weten een album dat ik deze zomer veel zal gaan draaien!