DeWolff @ ParadisoGeïnspireerd door de platenkast van hun vader maken de jonge jongens van DeWolff muziek die zij zelf typeren als psychedelic hard groovin’ funky rock’n’rollin’ hot bluesdrivin’ hellhounding supersweet sixties explosion. Treffend. Ik zag ze al een jaar eerder in Paradiso met een uitbundige show en vanwege hun optreden op de PinkPop Persconferentie ’10 hebben Abel en ik toch besloten ook dit concert aan te doen. Dat was wederom erg goed en live stijgt de muziek van DeWolff mijlenver boven de liedjes op hun album Strange Fruits and Undiscovered Plants en, wat mij betreft nog beter, hun titelloze debuut-EP uit. Daarbij heeft de frontman van de band, Pablo van de Poel, al de attitude en uitstraling van een echte rockster, alleen dan zonder het foute van sommige bands waarop ze geïnspireerd zijn.

Na een snel patatje kwamen Abel en ik de niet zo heel volle (wat ons de mogelijkheid gaf om bijna helemaal vooraan te gaan staan) grote zaal van Paradiso binnen. Een snelle scan van het publiek: het meest gevarieerde tot nu toe gezien, met ouwe mannen die op het Deep Purple-gehalte van DeWolff af zijn gekomen tot jongedames die het waarschijnlijk meer om de charmes van de frontman te doen was. Al snel gingen de lichten uit en begon er op de achtergrond een toepasselijk intro-muziekje, als ik mij niet vergis een fragment uit Pink Floyd’s A Saucerful of Secret.

De openingsnummers waren twee van hun eerste EP’tje, namelijk Fishing Night at Noon en Gold and Seaweed, mijn favoriete nummers van de band. Vooral vanwege de prominente aanwezigheid van het Hammond-orgel vind ik DeWolff zo’n goede band, maar zeker live blijkt ook dat vooral de drummer ontzettend goed is, met een paar mooie solo’s. Da’s knap, want een drumsolo is toch altijd gewaagd. Sowieso zit de band muzikaal goed in elkaar; de zanger heeft een goede, ruige stem en speelt ook nog eens redelijk experimenteel gitaar, de organist kan goed spelen, wat een vingervlugheid en de drummer is dus wel een virtuoos(je), hoe hij kan spelen zeg! En hij is nog geeneens 18. Heel even dacht ik dat dit een perfect concert zou worden, maar daar moet ik later nog op terug komen.

Eerst de live-uitstraling van DeWolff: die is heel goed te noemen. Uitbundig, enthousiast en ook het publiek waarop diezelfde twee woorden van toepassing zijn helpt mee aan de live-sfeer. Niet lullen maar spelen moet het motto van DeWolff zijn, want behalve ‘dankjewel’ zei Pablo niet veel. Een houding die mij wel aanstaat. Totaal opgaand in de muziek speelt DeWolff nummers die vaak uitlopen tot improvisaties, die soms helaas net iets te lang duren. Zoals ik al zei gedraagt Pablo van de Poel zich alsof hij al lang wereldberoemd is; steeds meer naar voren stappen, even zijn guitarskills showen om zich vervolgens om te draaien en eens wat feedback te laten horen. Om tot slot ook nog even in het publiek te springen, zo ver als zijn stekker het toelaat door het publiek heen te kruipen en ondertussen stoïcijns doorspelen, enkel nog even duidelijk voor een fotocamera gaan staan.

‘Helaas’ ben ik in de zomer van 2009 ook al naar een concert van DeWolff geweest, waarvan ik laaiend enthousiast thuiskwam; zoiets had ik nog nooit gehoord. Dit was, inclusief de PinkPop Persconferentie, al mijn derde keer DeWolff dus de nieuwigheid was er wel vanaf en dat is dan ook één van de redenen dat dit concert voor mij niet was wat het had kunnen zijn. Maar Abel zag ze nu voor de eerste (tweede dan, met dat ene nummer op de PPPersconferentie) keer en ook hij was maar gematigd enthousiast. Het concert was niet geweldig, maar ‘gewoon’ goed. Volgens hem waren de improvisaties te langdradig en was het een schande dat de band geen toegift gaf, ik denk dat het probleem ergens anders lag. Ik zei hierboven dat de band uitbundig en enthousiast was, en dat was ook zo, maar niet zo extreem als bij hun vorige concert. Toen spatten de vonken er echt van af en dit keer klonk de band veel beheersder. Dat kan ook te maken hebben met de liedjes van hun nieuwe album, die toch vaker leunen op lome beats in plaats van het drum-, orgel- en gitaargeweld op hun debuutsingeltjes. Bij dat andere concert zat de toetsenist niet op een orgelbankje maar stond hij achter zijn instrument te springen en erop te slaan, dit was toch wat ingehoudener. Misschien heeft DeWolff zichzelf dit keer niet voor de volle 100% gegeven. Ik weet in elk geval dat ze beter kunnen, dus daarom was dit concert toch een kleine tegenvaller.