Ik weet dat ik soms iets te enthousiast ben over muziek, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat Disintegration van The Cure het mooiste album is dat ik ooit gehoord heb. De eerste keer al – het was tevens mijn eerste kennismaking met The Cure – werd ik overdonderd door het atmosferische geluid van het album. Groots en bombastisch, maar ondanks de volle arrangementen straalde het album een bepaalde leegte uit. Dat soort tegenstellingen raken mij en zo raakte ook Disintegration mij. Al een tijdje werd er gesproken over een remaster van het album, waarvan ik de geruchten op een afstandje volgde. En nu is hij uit, ‘Disintegration Deluxe’.
Je neemt natuurlijk altijd een risico, als je het mooiste album wilt verbeteren. Het origineel was perfect – vanaf de eerste tintelende tinkelbelletjes op het begin tot de laatste harmoniumadem op het einde. ‘Music to be played loud’. Zodat je het klokkenspel op het begin hoort schitteren en vervolgens overweldigd wordt als alle registers worden opgetrokken. Plainsong, de introductie van Disintegration, en meteen een van de meest typerende songs. Doffe drumslagen op de achtergrond, versterkt met zwaar basspel en dat natuurlijk onder een ware regen van synthesizer. Een heldere gitaar speelt een melodietje – de zon die tussen de regenstralen door toch wat treurig lijkt – en op de helft van het epos begint Robert Smith te zingen. Of eigenlijk te galmen. Het zijn de echo’s van de wolkbreuk op de straatstenen, die opgaan in het geheel. Je zou het haast niet merken of het organische geluid valt even stil – het vliegtuig is geland, Plainsong – de allesvernietigende atoombom – afgelopen.
Het mooiste aan Plainsong vind ik de schijnbare afwezigheid van het nummer; hoe hard je het ook draait, het nummer is nooit expliciet aanwezig. Juist omdat het zo allesomvattend is. Alsof alle bestaande luchttrillingen vervangen worden door Plainsong, het nummer wordt opgenomen in de totale atmosfeer, verandert in de totale atmosfeer. Daarom is het ook zo makkelijk te verdrinken in de wonderlijke klanken van Disintegration – het album voelt zo natuurlijk. En zo groots – je kan er niet in verdrinken maar in zwemmen.
Je kan niet anders dan door Plainsong verzwolgen worden in de oceaan die Disintegration heet, en nu dit met ruw geweld is gebeurd voelt Pictures of You als het uitrusten op de golven, meedeinen op het ritme van de drum die bewust iets scherper en scheller staat. Het staccato-gitaartje, dat onder water zo heerlijk galmt, klinkt zo luchtig als ware het slechts de kleine belletjes in het water. Ook hier doet The Cure weer zichtbaar moeite om de luisteraar helemaal het nummer in te trekken met een lange introductie, om pas dan Robert Smith zijn verhaal te laten vertellen. Eigenlijk het hele album lang over gefaalde liefde. Totaal zonder hoop, niet eens meer melancholisch maar desperaat vertelt Smith hoe hij zijn verloren geliefde zelfs niet meer in herinnering heeft, maar alleen nog de foto’s van haar kan bekijken. ‘I’ve been looking so long at these pictures of you /that I almost belive that they’re real / I’ve been living so long with my pictures of you / that I almost believe that the pictures are all I can feel‘. En The Cure weet het zo oprecht te brengen dat het hele lied dit gevoel van imporantie met zich meedraagt. Zoals voor Robert Smith zijn vervaagde foto’s zijn hele leven zijn, zo leek Pictures of You slechts een fractie van een moment het enige belangrijke in mijn leven.
En zo weten alle liedjes op Disintegration wel iets los te maken. Het hele album blijft zwaarmoedig en zwartgallig, maar op elk nummer weet The Cure een stukje ruimte open te laten om zo het hele album uit te kunnen zitten. Juist omdat de moeite die je moet doen om helemaal meegesleurd te worden door het album maar zo klein is, val je zo snel ten prooi aan de verwoestende geluidsgolven van Disintegration. Hoger-dan-hoogtepunten zijn: het lieflijk-kleine Love Song, waarin Smith de woorden ‘I will always love you‘ overtuigend cynisch brengt; de eerste single Lullaby, dat zich als een net om je heen werpt en het is dan ook niet verwonderlijk dat Smith opent met de regel ´I spy something beginning with s…´. Spiders; Fascination Street dat de donkerste helft van het album inluidt en klinkt als een wandeling door de duisterste straten van een grote stad bij nacht in de regen en Disintegration, het meest bezwerend nummer van Disintegration dat zichzelf herhaalt als een vicieuze cirkel, en trechter naar de Tartarus. ‘How the end always is…‘
Ik weet nu al dat ik met al deze beschrijvingen slechts een blaadje heb geplukt van de boom Disintegration, waaraan de verboden vruchten groeien. Dit album is alles, is groter dan het leven, mooier dan de liefde. En het beschrijven is als het navertellen van een verhaal, het tekenen van een boom: zoveel details ontbreken.
Hoe kan iets waar alles al perfect aan was nou nog beter worden? Dat is onmogelijk, laat de remaster van Disintegration ons horen. Die heeft alles kapotgemaakt. De boom is omgehakt en een nieuwe is geplant; deze is weliswaar jonger en nieuwer, maar wekt nooit meer dat gevoel op dat een boom kan opwekken die ouder is dan jij. Dat is precies het geval met deze remaster. Weliswaar klinkt het geluid moderner dan de versie uit 1989 en als je het ‘objectief zou beoordelen’ kan je constateren dat de remaster ‘beter’ is. Helaas werkt dat niet zo met muziek, en in ruil voor een wat helderder geluid, iets compacter en voller, maar ook vooral harder en bassiger, levert Disintegration zijn totale atmosfeer in. De kleine leegte die het origineel overliet aan de luisteraar is verdwenen, zelfs het miniscuulste gaatje is gevuld en daardoor komt te hele uitwerking van Disintegration te vervallen. De chemische reactie tussen de atmosfeer en opener komt te vervallen en Plainsong klinkt niet langer als alles wat er nog over is, maar slechts als een ´gewoon´ liedje. Dat het nummer dan een paar decibel harder kan is een schrale troost.
Ook het totaalgeluid van Disintegration lijkt te zijn aangepast. In plaats van het stroperige geheel dat het album eerst was, zijn nu alle afzonderlijke instrumenten duidelijk te onderscheiden en dat wekt een soort nuchterheid over het album heen. De stem van Robert Smith is niet langer een laatste instrument maar gewoon een stem. Vooral bij de drums en bas is deze verandering in geluid goed te horen. De drumslagen in bijvoorbeeld Pictures of You zijn geen lichte tikjes, regendruppeltjes die op je hoofd uiteenspatten, maar keiharde mokerslagen. Ze slaan het hele nummer aan diggelen.
Ik kan niet anders zeggen dan dat ik teleurgesteld ben in de remaster van het mooiste album aller tijden. Ook een prachtige live-registratie uit 1989 (ook geremasterd, maar gek genoeg kunnen de live-versies van de liedjes wel een wat vettiger geluid gebruiken) en schijfje met bonustracks die een keer wel de moeite waard zijn kunnen het falen van deze remaster niet verhullen, laat staan goedmaken. Roberth Smith wilde verbeteren wat perfect is. En is het niet terecht om dat overmoed te noemen?
Comments
Leave a comment Trackback