Broken Records - Let Me Come HomeIn juli zagen wij naast The National ook een ander bandje in Tivoli, namelijk hun voorprogramma Broken Records. Een support act, die voor de verandering een keertje wél opviel en meeviel, in tegenstelling tot het gros van voorprogramma’s waarvan je meestal wenst dat je ze niet gezien zou hebben. Maar Broken Records was een uitstekende warmdraaier voor The National met nummers voor passie en overtuiging in een barokke bezetting. Haast voorprogramma-onwaardig (ware het niet dat het optreden van The National zo geweldig was!). Hun debuutalbum Until the Earth Begins to Part kreeg na dat optreden ook een paar draaibeurten en was eigenlijk best wel aardig. Helaas is het met hun tweede, Let Me Come Home, minder goed gesteld.

Het eerste wat opvalt: waar zijn de strijkers?! Waar het volgende album bol stond van viooltjes, cello’s en andere strijkinstrumenten, die het album in barok-bruin kleurden, klinkt de ‘moeilijke tweede’ van deze band kaal en eigenlijk vrij gewoontjes met een standaardbezetting van drums, gitaar, bas, zang en piano. Maar ook een speelse akkordeon of melancholische trompetten, die op Until the Earth Begins to Part wel aanwezig waren, missen we op Let Me Come Home. Ja, ze zijn er nog wel, maar ver naar de achtergrond gemixt en in plaats van inkleuren vullen ze het bandgeluid nu alleen nog maar op.

Om die instrumentale leegte op te vullen is Broken Records op een grotesk geluid overgegaan waarbij het lijkt alsof de woorden die Jamie Sutherland zingt van levensbelang zijn. Een stijl waarmee iemand als Bruce Springsteen prima wegkomt, maar die bij Broken Records haast lachwekkend lijkt. Naast Bruce Springsteen moet ook de urgentie van The National’s muziek een belangrijke invloed zijn geweest, wat niet verwonderlijk is als de twee samen hebben getourd. Het probleem is eigenlijk dat ik Sutherland nergens geloof; hij is zo iemand die spreekt maar waar niet naar wordt geloofd, een man die schreeuwt maar niet wordt gehoord. De krachtige stem van Sutherland kwam op Until the Earth Begins to Part geloofwaardig over, gesteund door een breed pallet aan instrumenten, maar op Let Me Come Home lijkt hij slechts over te lopen van pathos.

‘I Used to Dream,’ zingt Sutherland. Ik had het al eerder over een bepaalde thematiek in de teksten van indie-bands, een universeel verlangen naar vroeger, maar dat Broken Records tekstueel zó dicht zou zitten bij Arcade Fire (‘We Used to Wait’) is enigszins opmerkelijk. Het verschil is dat ik bij Arcade Fire meteen wordt meegezogen in Win Butler’s mijmeringen over vroeger, terwijl I Used to Dream eigenlijk totaal langs me heen gaat. Op Let Me Come Home schreeuwt Sutherland met opgeblazen stem, maar zijn woorden gaan het ene oor in en het andere uit.

Ondanks alles staat er toch nog één goed nummer op Let Me Come Home, te weten The Motorcycle Boy Reigns. Het is iets in de rustige opbouw, de hese stem van Sutherland, die ervoor zorgt dat ik m’n oren spits en mijn aandacht weer vestig op de muziek. ‘Sing yourself to sleep, ’cause I don’t know your name,‘ is de ontroerende openingsregel van het nummer. Beheerst vallen na één minuut de drums binnen en pas een halve minuut daarna komt er alsnog een apocalyptische drumroffel waarna een gitaar invalt die geluid voortbrengt zonder een melodie te spelen. Halverwege komen er zelfs nog wat viooltjes binnenvallen. Het tweede refrein is nog grootser met een orgel en opzwepende drums en daarna neemt Broken Records de tijd om het liedje uit te laten sterven.

Ik weet niet waarom het de jongens op dat nummer wel lukt, en op de rest van het album niet. In feite verschilt er helemaal niet zo heel veel tussen The Motorcycle Boy Reigns en de negen andere nummers op Let Me Come Home. Het zou de opbouw kunnen zijn, of de net iets andere manier van zingen – breekbaar, in plaats van krachtig. In haar geheel valt Let Me Come Home in het niet bij, tja, bijna alles eigenlijk. Bij voorbeelden The National, Bruce Springsteen of Arcade Fire, bij andere baroque-pop bands als The Decemberists, maar ook bij hun eigen debuut-album. Let Me Come Home steekt nergens bovenuit en heeft meer momenten waarop het irriteert dan waarop het emotioneert. Ik zet nog maar eens het debuut op.