Lijstjes, wat kan je er nog voor zinnigs over zeggen? Het lijkt dat te zijn, wat alle muziekliefhebbers met elkaar verbindt. Een universele hobby die meer verdeeldheid zaait in de pers en onder de liefhebbers dan eenheid. Het volgende lijstje is er slechts een uit de velen, maar net als iedereen denken wij dat ons lijstje ‘het’ lijstje is. Kijk zelf maar:
10. Joanna Newsom – Have One On Me
Het derde album van Joanna Newsom was een harde noot om te kraken. Met een lengte van over twee uur, wijselijk verdeeld over drie aparte schijfjes, is Have One On Me Newsoms letterlijke magnum opus. Maar als de eerste paar luisterbeurten erop zitten blijkt al snel dat dit een meesterwerk is dat vooral muzikaal heel goed in elkaar zit. We horen de meest intrigerende melodieen en arrangementen en de instrumentale fragmenten schuren tegen de klassieke muziek aan. En natuurlijk de excentrieke stem van Joanna Newsom, die steeds meer op Kate Bush gaat lijken. Have One On Me is een album dat ons het hele jaar heeft blijven verbazen en voorlopig lijkt daar nog geen einde aan te komen.
9. Jónsi – Go
Op zijn beste momenten weet onze IJslandse vriend Jónsi de intense post-rock van Sigur Rós, waarvan hij de zanger is/was, te evenaren. Maar ook op de andere nummers van Go weet Jónsi op geheel eigen wijze een sfeer te creeëren die precies het tegenovergestelde is van de ijskoude muziek van Sigur Rós. De songs op Go zijn stuk voor stuk vreugdevol, uitbundig en enthousiast. Op het op-en-neer-stuiterende ‘Animal Arithmetic’ kunnen we de insecten haast horen kruipen en het titelnummer ‘Go Do’ tovert telkens weer een glimlach op m’n gezicht. En alsof dat nog niet genoeg was bracht Jónsi in mei een ontzagwekkende show naar ons toe die aan alle kanten perfect was. Als Sigur Rós het prototype van de IJslandse muziek is, kunnen we wel stellen dat Jónsi ons op Go precies de andere kant heeft laten zien.
8. Avi Buffalo – Avi Buffalo
Avi Buffalo is een band die je voor de lijstjes snel over het hoofd zou kunnen zien. Onterecht, want deze jonge jongens hebben een popplaat gemaakt zoals die hoort te zijn; puur, bloedmooi en elk nummer raak. Door de jonge leeftijd van de bandleden klinkt deze plaat onbevangen en juist door die kleine foutjes is Avi Buffalo zo mooi. ‘What’s In It For?’ is natuurlijk het prijsnummer van dit album, maar wie verder luistert ontdekt dat er nog een stuk meer moois op staat, sterke songwriting in de stijl van labelgenoten The Shins. Avi Buffalo is tevens de hoogste debutant in ons eindejaarslijstje en daarmee een veelbelovende naam voor de toekomst.
7. Yeasayer – Odd Blood
Yeasayer plaatste op hun tweede album Odd Blood allemaal nummers met woozy sounds, gekke bliepjes en geluidjes en vervormde stemmetjes. Maar tegelijkertijd is Odd Blood helemaal geen moeilijk album op te luisteren. Elk nummer stuitert vrolijk op en neer en een enkeling heeft het tot hitsingle weten te schoppen. Een echte stijl kan je bij Yeasayer niet echt aanduiden; de groep is, geheel in Brooklyn-stijl, zo eclectisch als maar zijn kan. We horen Afrikaanse ritmes, jaren ’70 psychedelica en new-wave-synths, Ook live is deze verscheidenheid goed te horen: geen enkel nummer klinkt twee keer hetzelfde! Maar bovenal horen we een eigentijdse experimenteerdrift die uitmondt in een lekker gek album.
6. Beach House – Teen Dream
Op Teen Dream van Beach House staan tien esoterische dream-pop songs, nummers die stuk voor stuk onder je huid kruipen en je het hele jaar niet loslaten. Contrasten maken van Teen Dreams een van de spannendste albums van het jaar. Het verschil tussen de kille drumcomputers en de warme stem van Victoria LeGrand, de ogenschijnlijk zoete popsongs die een duister-melancholische kern bevatten, de fragiliteit van elk nummer die live verandert in een krachtige geluidsorkaan. Het volle geluid dat desondanks zo minimaal klinkt als de cover van het album. Als witte ademwolkjes die elk moment kunnen oplossen in de ijle lucht.
5. The Tallest Man On Earth – The Wild Hunt
Als singer-songwriter steekt Kristian Matsson boven het korenveld uit. Het is niet zijn grootte die zo uitzonderlijk is – in het echt is Kristian Matsson een Zweed van gemiddelde lengte – maar zijn prachtige rauwe stem, die inderdaad op Bob Dylan lijkt. Maar daarmee doen we Matsson eigenlijk nog tekort. The Tallest Man On Earth combineert op The Wild Hunt die stem uit rot hout met mooi gitaarspel, waarbij Matsson het voor elkaar krijgt om elk nummer anders te laten klinken door fingerpicking af te wisselen met lekker raggen. Aan de basis van elk nummer staat sterke songwriting en goede tekst. The Wild Hunt is een folkplaat waarvan elke singer-songwriter zou willen dat ‘ie hem kon maken, maar alleen The Tallest Man On Earth deed het.
4. Gorillaz – Plastic Beach
Dankzij de triomftocht van Kanye West loopt Gorillaz‘ nieuwste album haast de kans om ‘dat andere hip-hopalbum’ genoemd te worden. Maar daarmee zouden we Plastic Beach aanzienlijk tekort doen. Met dit album ontdoet Gorillaz zich eindelijk van hun cartoon-imago en zijn ze uitgegroeid tot een van de groten van 2010. In de britpop-traditie, waar Damon Albarn natuurlijk zijn roots heeft, draait Plastic Beach om de uitstekende songwriting. Maar het zijn ook niet de minsten waar hij hulp van krijgt: Bobby Womack op het soulvolle ‘Stylo’, de murmelende Lou Reed op ‘Some Kind of Nature’ en Mark. E. Smith in het nummer ‘Glitter Freeze’ zijn maar een paar voorbeelden. Het mooiste nummer neem Albarn zelf voor zijn rekening: ‘On Melancholy Hill’ is het ultieme popnummer, Plastic Beach een moderne klassieker.
3. Deerhunter – Halcyon Digest
Deerhunter houdt nog altijd het midden tussen een underground indie-bandje en de bekendere componenten van het genre. Echt groot, Arcade Fire-groot, dat zijn ze natuurlijk niet, maar ze kunnen ook niet weggezet worden als de zoveelste Brooklyn-hype. Hun jongste album zou daar weleens de oorzaak van kunnen zijn. Het alom geprezen Halcyon Digest is een soort samenvatting van de huidige indie-scene; het rommelige garage-gedeelte (‘Basement Scene’), de epische rocknummers (‘Desire Lines’) en natuurlijk de nostalgie waar elke indie-groep zich van bedient. Op elk vlak een overtreffende trap van hun vorige album Microcastle. Onopvallend weet Deerhunter toe te treden tot onze Top 10. O ja, dat album hadden we ook nog.
2. Arcade Fire – The Suburbs
Als we de jaarlijstjes van alle tijdschriften, weblogs en radiostations analyseren zien we alleen maar verdeeldheid. Er lijkt maar één album te zijn dat internationaal overeind blijft staan; The Suburbs van Arcade Fire. De albumtitel is haast ironisch te noemen. Arcade Fire is immers al lang geen plaatselijk bandje meer, maar een wereldact met headlinerstatus. Met The Suburbs brengen ze misschien niet hun beste album uit, maar wel hun meest veelzijdige. Van de elegante pop van het titelnummer tot het punky ‘Month of May’, van het groots aangezette ‘We Used to Wait’ tot de net-niet-foute discopop van ‘Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)’, in elke denkbare toonzetting weten de Canadezen een goed nummer te bedenken.
1. The National – High Violet
Matt Berninger, de zanger van The National met zijn Bovennatuurlijke Bariton, is een perfectionist. “Every little thing matters,” vertelde hij The Quietus. “Is ‘Bloodbuzz’ one word or two? I have to think about it for a couple of days, and then it’s clear that it has to be one word. Why? I don’t know. It makes the song sounds different.” Misschien is dat wel de reden dat High Violet alleen maar als perfect kan worden beschreven. Want wij blijven ons verbazen hoe een album zó goed kan zijn. De beklemmende gruizigheid van ‘Terrible Love’, de zwarte openingsregels van ‘Sorrow’, de nerveuze melancholie in ‘Bloodbuzz Ohio’, de tragikomische tekst van ‘Conversation 16′ en natuurlijk het fenomenale bombasme in ‘England’, het zijn allemaal nummers waarvan je je afvraagt hoe ze kunnen bestaan, zo mooi. Aan elk nummer is met zoveel zorg gewerkt; de achtergrondkoortjes vallen precies op hun plek, de teksten met hun prachtige cadans. High Violet is niet het beste album van 2010. High Violet is geen album. High Violet is een vriend, een Duistere Metgezel. En dit jaar was het mijn beste vriend.
Comments
Leave a comment Trackback