Wat hebben Dalston (oostelijke wijk van Londen), Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector, componist Steve Reich, de noise van Fuck Bottons en Mary Shelley’s bekende Frankenstein met elkaar te maken? Volgens Wild Beasts waren het allemaal inspiratiebronnen voor hun nieuwe, derde album Smother. Sommige daarvan, zoals Fuck Bottens en Steve Reich, laten zich makkelijk duiden, terwijl Frankenstein en Dalston meer een kwestie van gevoel en sfeer zijn. Voor Clarice Lispector heb ik de nodige research moeten doen, maar ook dat is inmiddels helemaal duidelijk.
Allereerst de muzikale invloeden en veranderingen. We kunnen in elk geval vaststellen dat Wild Beasts op Smother nog meer de elektronische richting zijn op gegaan en steeds verder afdwalen van het pad van de rockmuziek. De muzikale vernieuwing is niet de toevoeging van het een of ander, maar eerder een afwezigheid die zich in de muziek voordoet. De spanning speelt zich nu heel duidelijk af onder de oppervlakte. In ‘Lion’s Heart’ bijvoorbeeld horen we een constante ritmisch dreigende synth – zoiets als wat Radiohead heeft geprobeerd op The King of Limbs – en daarover heen een minimalistische, quasi-lieflijke piano. Zanger Hayden Thorpe wringt zijn stem in allerlei hoeken en bochten, klimt dan weer omhoog om vervolgens in de diepte af te dalen. Het geheel klinkt zwevend en vloeibaar, maar door het repitatieve element en het ontbreken van een uitbarsting of climax ook claustrofobisch.
Hayden Thorne werd ten tijde van het debuutalbum Limbo, Planto natuurlijk ook al vergeleken met Antony Hegarty, maar op Smother lijkt hij die voorbij te willen streven en meer te neigen naar Antony’s theatrale broertje Jamie McDermott van The Irrepressibles. Thorne zingt variërend hoog, laag, hard, zacht, vaak met een zuiver falsetto of rillend vibrato. Doordat hij dit binnen één nummer kan afwisselen – en voor de lage tonen ook nog hulp krijgt van bassist Tom Fleming – zorgt zijn stem voor veelzijdigheid binnen de zich steeds herhalende maar subtiel veranderende en ontluikende melodieën. Daarbij moet aangemerkt worden dat Thorne niet alleen een goede zanger is vanwege zijn technische vermogen; juist omdat hij in al zijn zangcapriolen emotie kan aanbrengen is hij zo goed.
Over de Braziliaans/Oekraïense schrijfster Clarice Lispector zegt Fleming het volgende: “I’ve ever discovered. She was writing in the seventies and eighties, her thing is definitely to do with how the self is a prison to the world and how it’s not necessarily true what you’re reading.” Precies zo klinkt Smother. De muziek is zo strak en gecontroleerd dat het overkomt als een raamwerk of gevangenistralies, terwijl Thorne met zijn lenige stem de slangenmens is die eruit probeert te ontsnappen. Het is deze spanning die gedurende het hele album gevoeld wordt, als Thorne wanhopig zingt “I concur, I concur” of de Albatros de schuld geeft van zijn dwalen: “Albatross, albatross / Which way to turn when we’re lost’.
Over mensen zingt Thorne in ‘Loop the Loop’, een van de beste song op Smother, het volgende: “Oh don’t you think / That people are the strangest things / Design of desire / Means all that the heart requires / Is what it can’t sympathize.” In zijn ogen is de mens een wezen zoals Frankenstein; een vreemd creatuur dat nauwelijks valt lief te hebben. Tegelijkertijd is het een beschrijving van de band zelf. Ook zij zijn een vreemde eend in de bijt, een taste to acquire, een band die moeilijk is te waarderen. “The more I try to write a pop song the more it ends up being bizarre,” zegt Thorne. Gelukkig is dat geen vloek, maar een zegen.
Op het eerste gehoor leek Smother een hoogtepunt te missen, een bepaald nummer dat net wat beter was dan de rest, zoals ‘We Still Got the Taste On Our Tongues’ dat was op Two Dancers uit 2009. Inmiddels is duidelijk dat Smother zo’n nummer niet kent, omdat elke song op het album een uitschieter is. Van het beklemmende en agressieve ‘Lion’s Share’ tot de eindelijke hoop van ‘Burning’ (“I’m saved / You pull my fingers off the deck / You pluck me wriggling from the rain”) houdt Wild Beasts haar luisteraar geboeid met een spannend geluid vol tweestrijd, sterke songs met melodieën die je niet meefluit maar wel onder je huid gaan zitten en zonder twijfel een van de beste zangers van onze tijd. Het was geen overmoed om het afsluitende, zeven-minuten-durende nummer op Smother de naam ‘End Come to Soon’ mee te geven.
Comments
Leave a comment Trackback