De Apocalyps, het Einde der Tijden. We zien het voor ons met woest brandende vuren die alles op hun pad verslinden, medogenloos hoge tsunami’s en allesverwoestende aardbevingen, vreselijke nucleaire oorlogen en radioactief oplichtende hemels, mooi en dodelijk. De apocalyps is voor ons een grootse gebeurtenis van bijbels formaat. Op Bill Callahan’s nieuwe album Apocalypse horen we niets van dit alles. Apocalypse beeldt geen verzengde bosbrand uit, maar hoogstens een kale vlakte.
Met ‘Drover’ begint Apocalypse al meteen zo leeg als maar kan. Bill Callahan kondigt met zijn tenorstem de eenzaamheid aan: ‘The real people went away’. Callahan klinkt met zijn diepe, warme stem troostend, maar ook hopeloos verloren, kaalgeslagen, op momenten haast emotieloos. ‘Oh I am a helpless man, so help me,’ zingt hij in het mysterieuze ‘Baby’s Breath’. Het klinkt niet wanhopig, het klinkt verwachtingsloos en zelfs een tikje sarcastisch. Gedurende het hele album blijft Callahan dichtbij, alsof hij de luisteraar hun dood in begeleidt of slachtoffers van een ramp begeleidt. Met cryptische teksten vertelt hij zijn verhaal zoals ook Leonard Cohen en Nick Cave dat kunnen, en enkel ‘America!’ heeft een wat duidelijkere boodschap, maar wederom gebracht vol troosteloos cynisme.
Bill Callahan zingt dof en helder tegelijkertijd, zijn muzikale begeleiding is minstens net zo kaal. Weliswaar bouwt opener ‘Drover’ fijn op met violen en zelfs apocalyptische drums en zit in ‘America!’ een bijna panische elektrische gitaar, maar dat zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Op geen enkel moment maakt dit de muziek saai of monotoon, want ondanks het ontbreken van grootse orchestraties of catchy melodieën kent Apocalypse genoeg emotie. Het is juist de puurheid die de muziek haar intensiteit meegeeft.
Over de gehele linie is Apocalypse sober, ingehouden als een oude man die het leven niets meer waard acht, een doorleefde man die teert op zijn herinneringen. In ‘Riding for the Feeling’ zingt Callahan over zijn afscheid: ‘What if I had stood there at the end / And said again and again and again and again and again / An answer to every question / Riding for the feeling?’ Zelfspottend daaraan toevoegend: ‘Would that have been a suitable goodbye?’
Nee, Apocalypse gaat niet over de Dag des Oordeels. Evenmin bezingt Callahan de troosteloze aanblik die de lege wereld van daarna aanbiedt. Apocalypse gaat over een heel ander einde, namelijk dat van Callahan zelf. De apocalyps waarover Bill Callahan zingt is niet van iedereen. Het is zijn eigen einde der tijden. ‘Yeah it’s all coming back to me now / My apocalypse, my apocalypse’.
‘Apart’ is de term die bij uitstek het meest geschikt is om W h o k i l l van tUnE-yArDs te beschrijven. Het is een term die het exotische en ongehoorde geluid van de band beschrijft, het mengelmoesje van geluiden en invloeden. Het is een term die zegt ‘moet je hier een naar luisteren, wat apárt’. Het is wat we zeggen over muziek waarvan we denken dat we het goed moeten vinden vanwege de vermeende originaliteit ervan, maar die we eigenlijk niet om aan te horen vinden. Het zijn de tUnE-yArDs.
Toen Six Organs of Admittance, het muzikale pseudoniem van Ben Chasny, eind jaren ’90 met zijn eerste muzikale output kwam werd de band nog simpelweg gecategoriseerd als één van de vele freak-folk-bandjes die toen als paddestoelen uit de grond doken, zij aan zij met Joanna Newsom en Devendra Banhart. In de loop der jaren is Six Organs of Admittance echt zijn eigen weg gegaan en met een combinatie aan akoestische psychedelica, hypnotiserende drones en elektronische gitaaruitbarstingen. Het elfde album van Chasny – alle nevenprojecten en samenwerkingen niet meegerekend – Asleep on the Floodplain getiteld, is slechts de zoveelste bevestiging van de absolute eigenheid van zijn muziek.
Dear Science van TV on the Radio was de ideale soundtrack bij de kredietcrisis die de wereld enkele jaren geleden ondervond. Het album was in alle opzichten eigentijds apocalyptisch en wist zo de Zeitgeist van het doemjaar 2008 te vangen. De titel verwijst letterlijk naar een open brief aan de wetenschap en in ‘DLZ’ sneert Tunde Adebimpe de atomen-slopende professoren toe: ‘Congratulations on the mess you made of things; / On trying to reconstruct the air and all that brings.’ Cynische felicitaties, en om dat nog eens duidelijk te maken verklaart hij de wetenschap definitief dood wanneer hij woedend zingt: ‘Never you mind / Death professor!’
Al sinds 1993 gaat Low zijn eigen weg. Ooit begonnen als anti-beweging tegen de grunge, luide gitaarrock bestrijdend met zachte liedjes met minimale instrumentatie en zoete samenzang en vooral heel erg langzame liedjes is het geluid van Low uitgegroeid tot een op zichzelf staand genre (‘Slowcore’). Voor wie Low niet ‘begrijpt’ lijkt het alsof ze nu met C’mon voor de negende keer hetzelfde album hebben gemaakt, maar bij Low gaat het om de subtiliteiten. Het zijn de doodstille drumtikjes en nauwelijks aanwezige elektronica die bij de liedjes van Low het verschil maken, in plaats van groots aangezette melodielijnen of aanstekelijke gitaarriffs.
Het gros aan Belgische kwaliteitsbands heeft twee typische kenmerken: 1. ze deden mee aan Humo’s Rock Rally en 2. ze klinken on-Belgisch internationaal. Die succesformule gaat ook op voor Intergalactic Lovers. Toen ze in 2008 onder de naam ‘Free Zamunda!’ meededen met de Rock Rally was er van dat grensoverschrijdende geluid nog niet zoveel te horen, maar inmiddels is de groep klaar om met hun debuutalbum Greetings and Salutations het polderige buurland te veroveren. Nederland is voor Intergalactic Lovers geen volstrekt vreemde grond onder de voeten; één van hun bandleden komt er vandaan. Nog internationaler is de Libanese afkomst van zangers Lara Chedraoui.
Het zwart-witte debuutalbum van The Pains of Being Pure at Heart werd geroemd vanwege zijn frisse indiepop met shoegaze-invloeden, een soort Belle & Sebastian-speelt-My Bloody Valentine. De schattige bandnaam die eerder een goedkope emo-band impliceerde namen we op de koop toe. Zoals bij zoveel verfrissende muziek is er na de goede ontvangst nog maar één vraag: hoe kunnen ze dit geluid zo goed mogelijk conserveren, uiteraard zonder zichzelf te herhalen? Het tweede album start verrassend; een lieflijk begin, en na precies twaalf seconden is die schattigheid verdwenen met een drumroffel en een stevige gitaarriff en begint Belong.
Muziek is het voedsel voor de geest. En net als een Black Angus of filet americain hebben ook veel muzikale ‘gerechten’ een houdbaarheidsdatum. Voor sommige albums gaat dat meer op dan voor andere. Voor het debuutalbum van Broken Bells, de inmiddels welbekende samenwerking tussen producer Danger Mouse en The-Shins-zanger James Mercer, in elk geval wel. Was hun single ‘The High Road’ vorig jaar nog één van de nummers die mijn zomer kenmerkten, nu zorgt het album voor steeds minder plezier. Zeker na hun teleurstellende concert in de melkweg.
Eén van de vele zaken die ons onderscheidt van dieren is dat we onze emoties gedetailleerd kunnen tonen door middel van gezichtsuitdrukkingen. Al vanaf onze geboorte gebruiken we ze om contact te leggen met de buitenwereld. Voor William Fitzsimmons was dat allemaal niet zo vanzelfsprekend. Als kind van twee blinde ouders kon hij weinig met een knipoog, glimlach of betraande wangen. Muziek was voor hem geen hobby, maar een noodzaak. Noodzakelijk, om emoties aan zijn ouders over te kunnen brengen. Zijn vader en moeder leerden hem piano en trombone spelen, en zelf ging hij verder met onder andere banjo, ukelele en mandoline.
Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik heb het nooit zo gehad op de Arctic Monkeys. Hun debuutplaat Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not kon ik nog wel waarderen om enkele fijne popsongs, maar daarna leek Alex Turners talent voor het schrijven van pakkende liedjes alleen maar minder te zijn geworden. Waarom ik dan toch heb besloten om nota bene zijn solo-soundtrack voor de film Submarine te beluisteren – wat eigenlijk meer iets is voor de fans? Deels natuurlijk het feit dat de Arctic Monkeys een grote groep is die in de gaten moet worden gehouden, maar veel meer doordat Turner mij in 2008 toch aangenaam wist te verrassen met The Last Shadow Puppets en liet zijn dat hij ook het soort popsongs kan schrijven waar ik van hou.