Dear Science van TV on the Radio was de ideale soundtrack bij de kredietcrisis die de wereld enkele jaren geleden ondervond. Het album was in alle opzichten eigentijds apocalyptisch en wist zo de Zeitgeist van het doemjaar 2008 te vangen. De titel verwijst letterlijk naar een open brief aan de wetenschap en in ‘DLZ’ sneert Tunde Adebimpe de atomen-slopende professoren toe: ‘Congratulations on the mess you made of things; / On trying to reconstruct the air and all that brings.’ Cynische felicitaties, en om dat nog eens duidelijk te maken verklaart hij de wetenschap definitief dood wanneer hij woedend zingt: ‘Never you mind / Death professor!’
Hun vierde album Nine Types of Light opent radicaal anders dan het claustrofobische ‘DLZ’. ‘Second Song’ begint met de diepe stem van Tunde Adebimpe en een lome, bijna onhoorbare basloop, maar tegen het einde komt een stoet blazers de hoek omkijken en verandert de song in een funky feel-good-liedje. Als Dear Science de muzikale vertolking van de het einde der tijden was, is hun vierde album Nine Types of Light juist de feniks die weer oprijst uit zijn eigen as. De verandering is deels te verklaren doordat de band van Brooklyn verhuisd is naar het veel zonnigere Los Angeles. Vanuit de thuisstudio daar van Dave Sitek, het brein achter de groep, is Nine Types of Light opgenomen en in elk liedje horen we het optimisme van een band die na een lange en vermoeiende toer weer vol moed bij elkaar is gekomen. Een andere omgeving was blijkbaar wat TV on the Radio nodig had om het creatieve proces weer op gang te laten komen.
‘I like love songs. There’s nothing particularly interesting going on with me in my life to bear this work. I like the forms of love songs, the poetry,’ schrijft Kyp Malone over het schrijven van de liedjes op Nine Types of Light. Maar de liefdesliedjes op het album zijn verraderlijk. Zo horen we Kunde in ‘You’ de regels ‘You’re the only one I have ever loved’ zingen en onbewust weet je dat deze zin eerder sarcastisch dan daaderkelijk liefdevol is. Het zijn zinnen die je zegt, ook al weet je dat je ze niet meent. Kunde toont de gevaarlijke blindheid van liefde aan. Het rustgevende, Aziatisch-aandoende ‘Killer Crane’ daarentegen is liefdespoëzie in de meest pure vorm zonder enige vorm van spot. Kunde beschrijft op die manier twee kanten van de liefde; het mooie gevoel van verliefdheid en, aan de andere zijde van de medaille, het verraderlijke ervan.
Op muzikaal vlak krijgen we op Nine Types of Light wat we gewend zijn van TV on the Radio, namelijk een mix van electronica, funk, indie-rock, dubstep en hip-hop. Net als de teksten is ook de muzikale invulling van het nieuwe album opgewekter, positiever en lichter dan Dear Science. Het claustrofobische en nerveuze geluid, aangesterkt door Kunde’s falsettostem, heeft de band nog niet helemaal van zich afgeschud, maar de muziek wordt er niet meer door gedomineerd en daardoor krijgen de liedjes op Nine Types meer ademruimte. Waar Dear Science in elk nummer een andere kant op stuiterde en daardoor even vaak een vermoeiende als plezierige zit was, gaat bij Nine Types het ene nummer rustig over in het andere en zijn de experimenten goed bij te houden.
Nine Types of Light sluit af met ‘Caffeinated Consciousness’, een door de jaren ’80-hip-hop-scene geïnspireerde track die uiteindelijk toch nog laat zien hoe boos TV on the Radio nog is op de vreselijke wereld. Helaas is niet elk nummer op het album zo geslaagd als deze afsluiter. Vorige albums van de band waren misschien vermoeiend omdat ze gevuld waren met teveel losse gedachten, die overdaad aan ideeën lijkt op Nine Types een beetje te ontbreken met als gevolg een paar ronduit saaie nummers (‘No Future Shock’, ‘New Cannonball Run’, ‘Forgotten’). Dit is jammer, want TV on the Radio is al jaren een band met veel potentie. Helaas is ook dit album niet van begin tot einde perfect. Zolang de verderfelijke wereld nog niet is vergaan blijf ik wachten op hun echte meesterwerk.
Al sinds 1993 gaat Low zijn eigen weg. Ooit begonnen als anti-beweging tegen de grunge, luide gitaarrock bestrijdend met zachte liedjes met minimale instrumentatie en zoete samenzang en vooral heel erg langzame liedjes is het geluid van Low uitgegroeid tot een op zichzelf staand genre (‘Slowcore’). Voor wie Low niet ‘begrijpt’ lijkt het alsof ze nu met C’mon voor de negende keer hetzelfde album hebben gemaakt, maar bij Low gaat het om de subtiliteiten. Het zijn de doodstille drumtikjes en nauwelijks aanwezige elektronica die bij de liedjes van Low het verschil maken, in plaats van groots aangezette melodielijnen of aanstekelijke gitaarriffs.
Het gros aan Belgische kwaliteitsbands heeft twee typische kenmerken: 1. ze deden mee aan Humo’s Rock Rally en 2. ze klinken on-Belgisch internationaal. Die succesformule gaat ook op voor Intergalactic Lovers. Toen ze in 2008 onder de naam ‘Free Zamunda!’ meededen met de Rock Rally was er van dat grensoverschrijdende geluid nog niet zoveel te horen, maar inmiddels is de groep klaar om met hun debuutalbum Greetings and Salutations het polderige buurland te veroveren. Nederland is voor Intergalactic Lovers geen volstrekt vreemde grond onder de voeten; één van hun bandleden komt er vandaan. Nog internationaler is de Libanese afkomst van zangers Lara Chedraoui.
Het zwart-witte debuutalbum van The Pains of Being Pure at Heart werd geroemd vanwege zijn frisse indiepop met shoegaze-invloeden, een soort Belle & Sebastian-speelt-My Bloody Valentine. De schattige bandnaam die eerder een goedkope emo-band impliceerde namen we op de koop toe. Zoals bij zoveel verfrissende muziek is er na de goede ontvangst nog maar één vraag: hoe kunnen ze dit geluid zo goed mogelijk conserveren, uiteraard zonder zichzelf te herhalen? Het tweede album start verrassend; een lieflijk begin, en na precies twaalf seconden is die schattigheid verdwenen met een drumroffel en een stevige gitaarriff en begint Belong.
Muziek is het voedsel voor de geest. En net als een Black Angus of filet americain hebben ook veel muzikale ‘gerechten’ een houdbaarheidsdatum. Voor sommige albums gaat dat meer op dan voor andere. Voor het debuutalbum van Broken Bells, de inmiddels welbekende samenwerking tussen producer Danger Mouse en The-Shins-zanger James Mercer, in elk geval wel. Was hun single ‘The High Road’ vorig jaar nog één van de nummers die mijn zomer kenmerkten, nu zorgt het album voor steeds minder plezier. Zeker na hun teleurstellende concert in de melkweg.
Eén van de vele zaken die ons onderscheidt van dieren is dat we onze emoties gedetailleerd kunnen tonen door middel van gezichtsuitdrukkingen. Al vanaf onze geboorte gebruiken we ze om contact te leggen met de buitenwereld. Voor William Fitzsimmons was dat allemaal niet zo vanzelfsprekend. Als kind van twee blinde ouders kon hij weinig met een knipoog, glimlach of betraande wangen. Muziek was voor hem geen hobby, maar een noodzaak. Noodzakelijk, om emoties aan zijn ouders over te kunnen brengen. Zijn vader en moeder leerden hem piano en trombone spelen, en zelf ging hij verder met onder andere banjo, ukelele en mandoline.
Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik heb het nooit zo gehad op de Arctic Monkeys. Hun debuutplaat Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not kon ik nog wel waarderen om enkele fijne popsongs, maar daarna leek Alex Turners talent voor het schrijven van pakkende liedjes alleen maar minder te zijn geworden. Waarom ik dan toch heb besloten om nota bene zijn solo-soundtrack voor de film Submarine te beluisteren – wat eigenlijk meer iets is voor de fans? Deels natuurlijk het feit dat de Arctic Monkeys een grote groep is die in de gaten moet worden gehouden, maar veel meer doordat Turner mij in 2008 toch aangenaam wist te verrassen met The Last Shadow Puppets en liet zijn dat hij ook het soort popsongs kan schrijven waar ik van hou.