Goed, een review van Eels’ nieuwe album Tomorrow Morning voelt na Abels komisch-kritische en spraakmakende review van Mark Oliver Everett’s (wan)prestatie in Paradiso een beetje als mosterd na de maaltijd. Toch vond ik het belangrijk om dit album een recensie te geven, niet in het minst omdat mijn mening erover vele malen positiever is dan die over het concert.
Zoals gezegd is Tomorrow Morning de afsluiter van een ware Eels-trilogie waar ook Hombre Lobo en End Times deel van uitmaken. Het ruige Hombre Lobo bleek in de zomer van 2009 een geschikte zomerplaat te zijn, hoewel de vervormde schreeuwen van E. soms net te veel een gimmick werden. Thema van het album, met de bijtitel ‘Twelve Songs of Desire’ was ‘verlangen’.
Als om het jarenlange gat tussen Blinking Lights & Revelations (2005) en Hombre Lobo goed te maken kregen we de afgelopen winter weer een plaat van Eels voorgeschoteld, End Times. En na een zomerplaat hadden we nu een typisch winteralbum te pakken, opgenomen door Mark Everett in zijn eentje op een vier-sporenrecorder, met liedjes die voornamelijk verhalen over het verliezen van dingen, voornamelijk in de liefde. Een perfect thema voor E., de man die zo ongeveer iedereen die hij had heeft verloren. Kritiek op deze plaat was dat het maar voortkabbelde; saai dus. Een paar erg goede nummers konden dat niet verhullen.
En nu is daar, iets meer dan een jaar na Hombre Lobo, alweer een nieuwe Eels-plaat. Het drieluik wordt afgemaakt door een album met het thema ‘verlossing’. E. heeft alle depressiviteit van zich afgeworpen en zingt over de mooie dingen in het leven. Teksten en titels als ‘My Baby Loves Me’ en ‘Look in the mirror, I am the man. Mrs. Miller says I am the man, as the birds singing I am the man, everyone is a fan’ liegen er niet om: E. is blij, hij is cool, hij is the man. Die coolheid, die zelfverzekerdheid, die straalt het hele album van zich af. En op zich is dat wel verfrissend: het is een kant die we nog niet zo vaak zagen van Mark Everett, die ogenschijnlijk helemaal niet bij Eels past, maar verrassend goed uitpakt. De feeling van deze plaat is ontzettend aanstekelijk.
Daarbij is Tomorrow Morning duidelijk geen herhalingsoefening. Van Hombre Lobo kon je zeggen dat Eels hetzelfde beter deed op Souljacker en als vervanger voor het treurige End Times kennen we Eels’ meest persoonlijke album Electro-Shock Blues. E. lijkt zichzelf op Tomorrow Morning opnieuw te willen ontdekken en experimenteert met electronica zoals hij in geen jaren deed. De beats en gekke geluidjes vliegen je om de oren in Baby Loves Me. Subtieler gaat Eels te werk in Spectacular Girl, een nummer dat nog het meeste lijkt op de begindagen van Eels en het debuut Beautiful Freak. Het ultieme experiment vindt plaats in This Is Where It Gets Good, waarin Eels een orkestsample combineert met typische beats.
Is Tomorrow Morning dan de definitieve comeback van Eels? Een plaat die niet goed of slechts degelijk is zoals voorgaande twee, maar echt goed, neigend naar geweldig? Nee, zeker niet. Weliswaar gaat Eels op een hoop punten vooruit, maar er zijn ook een paar negatieve ontwikkelingen. Zo zijn die beats wel leuk, maar leiden vaak tot nodeloos gefreak. De orkestsample van This Is Where It Gets Good is leuk, maar na een paar seconden heb je het dan wel weer gehoord en in plaats van een nieuwe wending gaat het dan gewoon drie minuten door. Het begin van de plaat is op sommige momenten saai en een nummer als I’m a Hummingbird neigt meer naar een vullertje. De beste nummers zitten op de tweede helft, met onder meer de wals Oh So Lovely.
Daarnaast mist zo’n vrolijk album natuurlijk altijd een beetje diepgang. Het is misschien lullig om te zeggen, maar ik waardeerde Eels om zijn droevige liedjes met een komische noot. De tragikomische teksten die even vaak een lach als een traan opleverden en bovenal de hoop die de beste man ondanks alle tragedie in zijn nummers overbracht. Dat soort nummers beklijven uiteindelijk meer dan een blije hit. Maar ik heb zo’n vermoeden dat die periode definitief achter hem ligt.
Bonus: bij de deluxe-versie van het album zit ook nog een EP met vier nummers die eigenlijk beter zijn dan die op het album. Aan iedereen die van plan is Tomorrow Morning te kopen raad ik aan die EP er bij te nemen.
Antony & The Johnsons hebben de gewoonte om voor elk nieuw album een EP uit te brengen, als een voorbode voor wat de luisteraar te wachten staat. Tussen zijn eerste drie albums zat respectievelijk 5 en 4 jaar, maar na het wederom mooie The Crying Light van vorig jaar brengt de zanger met die prachtige stem samen met zijn kamermuziekorkest alweer de opvolger uit, Swanlights. Maar nu dus eerst een EP. Thank You for Your Love heet hij en het titelnummer is meteen de eerste single van het aanstaande Swanlights. Naast dat nummer bevat de EP ook twee covers, een van Bob Dylan en een van John Lennon’s Imagine.


Naast Crowded House – Abel schreef er
Stars, een magistrale naam – genoemd naar een supergroep uit de jaren ’70 waar ook Syd Barrett deel van uitmaakte - die prima bij deze Canadese indieband past. Stars is in feite een soort zijproject van Broken Social Scene; alle vijf leden van Stars zitten of zaten ook in die band. Toch is Stars geen gelegenheidscollectiefje gebleken; de groep heeft deze week hun vijfde album uitgebracht, The Five Ghosts. Er heeft duidelijk een ontwikkeling plaatsgevonden: de fijne en subtiele liedjes van hun jongste album klinken mij veel mooier in de oren dan het rammelige en veel meer elektronisch georiënteerde debuut Nightsongs uit 2002.
Het nieuwe album Intriguer van de band Crowded House kwam op 9 juni uit, dus het is eens tijd geworden om het onder de loep te nemen. Crowded House werd in de jaren ’90 ‘de nieuwe Beatles’ genoemd (net zoals ondermeer Oasis, hoewel Oasis eerder zichzelf tot de nieuwe Beatles kroonde). Nadat Neil Finn Crowded House oprichtte in 1986 verwierven ze hun eerste grote succes in 1993, met de release van Together Alone, waarmee ze toentertijd de prijs voor de beste internationale act van Q-magazine wonnen en dus boven grote namen als U2 en Nirvana eindigden. Hoewel ze daarvoor ook al succes hadden gehad met onder andere Weather With You en Four Seasons in one Day, mijn persoonlijke favoriet. In 1996 stopte de band (na het uitbrengen van de best-of Recurring Dream) omdat Neil bang was om zich te herhalen. Hij zei meermaals dat Crowded House nooit meer zou spelen, maar in 2007 gebeurde het dan toch; Time on Earth is het reüniealbum van de band geworden. Meestal wordt na een reüniealbum alweer gestopt, maar Crowded House ging door met albums maken, en bijna drie jaar later is hier Intriguer.