Into the Great Wide Open

flattr this!

Rock Werchter? Check. Lowlands? Alleen op televisie, maar wel Haldern Pop als alternatief. Pinkpop? Zijn we ook geweest. U dacht dat het festivalseizoen tegen september wel weer afgelopen zou zijn, Beautiful Freaks eindelijk weer eens albums ging reviewen en de radio-uitzendingen ook eens op regelmatige basis zonder technische rompslomp zouden doorgaan? Mooi niet. Want vlak op het randje van de zomer, het eerste weekend van september, is op Vlieland het Into the Great Wide Open-festival. De ‘Beautiful Freaks’ waren er natuurlijk bij en delen hun bevindingen.

Into the Great Wide open werd dit jaar voor de tweede keer gehouden op het eiland Vlieland. Vorig jaar zorgde het noodweer voor weggewaaide tenten en mensen die meer water dan vlees waren (hmmm… Dat is eigenlijk ook zo als het niet heeft geregend). Dit jaar waren de weergoden ons gunstiger gezind en werden we getrakteerd op stralende zon en een strakblauwe hemel. Dat gecombineerd met de prachtige natuur van Vlieland en het lieflijke karakter van het dorp zorgde voor een mooi weekend. Maar nog belangrijker was de muziek.

Helaas zorgden de gebruikelijke Beautiful Freaks-problemen voor wat oponthoud. We misten de laatste boot op vrijdagavond en daardoor konden we ook liedjessmid The Tallest Man on Earth niet zien. Terwijl dat juist een van de artiesten was waar we ons het meest op verheugden, zeker omdat we al wisten dat zijn optredens goed zijn – zijn optreden op Haldern Pop bewijst dat.

Wat hebben we dan wel gezien? Voornamelijk Nederlandse en Belgische bands, variërend van folk tot soul tot ‘gewoon’ rock. I Am Oak verraste overtuigde ons met sterke folksongs, terwijl Balthazar hun reputatie als ‘de Belgische Arctic Monkeys’ live volledig waarmaakte. Isbells leverde voor de vierde keer een oerdegelijke set en Yoshimi zorgde voor een spontane lachbui. Helaas waren er ook wat mindere optredens: Modest Mouse viel flink tegen en de set van Moss was een beetje rommelig. Het nieuwe project van Spinvis, Dorleac, met de zangeres van Hooverphonic, viel ook tegen en Tim Knol vinden wij een beetje een hype die het niet waarmaakt.

Maar laten we bij het begin beginnen. Op de vrijdag was er niet meer veel te zien toen wij eenmaal waren aangekomen op het eiland en onze spullen hadden geïnstalleerd – geen tent voor ons dit keer, maar slapen op echte bedden in slaapboerderij De Vliehorst – onze fotopassen hadden opgehaald en op het terrein konden rondlopen. Zaterdag daarentegen kwamen wij al vroeg ons bed uit om te kijken wat die popbingo zou inhouden. Een soort quiz en Abel en ik hoopten dat we ook wel een kans zouden maken met onze kennis, maar we moesten constateren dat de vragen toch teveel gericht waren op mensen van een vorige generatie. Hoe moeten wíj nou al die hitjes uit de jaren ’80 kennen?

De band die gelijktijdig in De Bolder, een klein zaaltje, speelden, was ook niet zo goed. Nevada Drive manoeuvreerde een beetje tussen folk, rock en wereld maar in geen enkele van die genres maakten ze echt goede liedjes en de podiumperformance maakte niet veel goed, dus de uitgang was snel gevonden. Al snel vonden we onze weg naar het hoofdpodium waar een opmerkelijk klein groepje mensen zich had verzameld voor Hauschka, een man die liedjes speelt op een zogenaamde prepared piano (wikipedia). Bij zo’n piano zijn er verschillende objecten, zoals gummetjes en spijkers, tussen de snaren van het instrument geplaatst, wat een karakteristiek geluid oplevert. Dat geluid was ook bij Hauschka terug te vinden, maar helaas ontbrak de kwaliteit in zijn composities. De muziek klonk een beetje onaf – alsof de pianist eigenlijk onderdeel was van een veel grotere band, maar nu alleen de pianopartijen werden gespeeld. Met een zanger van het kaliber Jónsi of een violist die een beetje kan rocken zou dit een stuk beter zijn. Iedereen die meer muziek wil horen met een geprepareerde piano in de hoofdrol raad ik de composities van John Cage aan, die zijn een stuk interessanter.

Het volgende optreden vond plaats in de achtertuin van een café in het dorp Oost-Vlieland. En wie anders zou er onder de bomen moeten spelen dan de Utrechtste folkband I Am Oak. Een groep waarover we al wel veel gehoord hadden maar zelf nog nooit nader bekeken, en die op Vlieland positief verraste. De liedjes waren verstild, intens en hadden goede melodieën. In de afsluiter lieten ze zien dat ze ook wel kunnen rocken. Hier gaan we meer van horen (ook op Beautiful Freaks – verwacht deze week een review van hun nieuwste album).

Op het hoofdpodium maakte Balthazar alweer hun opwachting. De band is typisch Belgisch: ze hebben een internationaal geluid. Vettige bassen en een goede zanger zorgen voor dansbare rocknummers die door het publiek goed ontvangen worden. De Arctic Monkeys schemeren door en natuurlijk een flinke dosis dEUS, de Belgische oerband van de 21ste eeuw. Het was live ook zeker overtuigender dan op CD. De liedjes werden nog net wat strakker gespeeld en de verveeldheid die ik af en toe op het album waarnam verdween live onder een dosis enthousiasme en rocksterrenattitude van de bandleden.

Moss bracht dan weer een veelbelovend album uit maar kon de verwachtingen niet waarmaken. De zo subtiele popmuziek met meerstemmige zang klonk live wat rommelig. Liedjes gingen eigenlijk totaal langs ons heen door deze uitvoering. Daarnaast wist Moss niet echt een duidelijk geluid neer te zetten waardoor de luisteraar constant in twijfel werd gebracht: is dit nou popmuziek, lekkere rock of toch rustige folk? Maar ik hoorde dat de meerderheid enthousiast was, dus hopelijk willen alle fanatieke Moss-fans dit bericht niet onderspammen als ik zeg dat het aan ons heeft moeten liggen.

Van Jungle by Night, die nu al stiekem de nieuwe Kyteman worden genoemd – groepen waren nog nooit zo snel ‘uit’ – kan Beautiful Freaks alleen zeggen dat het getalenteerde muzikanten zijn die nog veel moeten oefenen en er zeker komen. Het publiek kregen ze al op hun hand, nu nog de critici!

Waar ik heel erg benieuwd naar was, was het nieuwe project van Erik de Jong, die beter bekend staat als Spinvis. Samen met de zangeres van Belgische band Hooverphonic – in het triphop hoekje van Portishead – maakt hij muziek onder de naam Dorleac en een samenwerking tussen creatief genie Spinvis en zangeres Geike Arnaert – haar stem klinkt alsof je ondergedompeld wordt in ijskoud water – moest tenslotte wel goed zijn. Het tegendeel bleek waar te zijn. Dat de spitsvondige teksten van Spinvis ontbraken was al een tegenvaller, maar ook ‘s mans geluiden zijn vaak interessant. Bij Dorleac was dat niet het geval. De meeste nummers schurkten tegen de dance aan, iets wat niet bij dit duo past. Misschien is het een kwestie van wennen: het album is nog niet uit maar zal van mij zeker een paar kritische luisterbeurten krijgen, en wie weet wordt het nog wat. Voorlopig is het geheel minder dan de som der delen.

De zaterdag leverde dus een nieuwe naam op, de bevestiging van een aanstormend talent en twijfel bij twee andere nieuwe acts. Naast een aantal slechte acts die op elk festival onvermijdelijk zijn. Al met al een geslaagde festivaldag en een mooie kennismaking met Vlieland en Into the Great Wide Open.

Na het aangename ontwaken op zondag en een stevig ontbijt op slaapboerderij De Vliehorst gingen wij weer op weg naar het festivalterrein a.k.a. het sportveld. Over een uur of zeven zouden we alweer in de boot naar Amsterdam zitten, maar voor het zover was moesten we nog een hoop leuke bandjes bekijken. Bijvoorbeeld Isbells, de welbekende folkband met de bijnamen ‘de Belgische Bon Iver’ en ‘de kaalste band van België’. Het was een prettig weerzien met de Belgen, die we nu al vier keer hebben gezien. Ze speelden op alle vlakken een sterke set en hoewel een magisch moment ontbrak bleven alle liedjes ook op het hoofdpodium overeind staan. En als je als band na vier keer je publiek nog niet weet te vervelen, dan doe je het niet slecht.

Iemand die het wel slecht deed was Yoshimi. Een drietal dat melige melodieën verwerkte met textuele onzin. In het begin klonk het nog als een soort Spinvis-variant, maar al na het eerste nummer was de band niet echt meer serieus te nemen. Zeker het grappigste optreden van Into the Great WIde Open, maar of het nou goed was?

In elk geval niet zo goed als Selah Sue. Zo klein als haar gestalte is, zo groot is haar stem. Met een mix van reggae, soul en rock won ze zo het publiek voor zich. Zelf stelde ik dat Selah Sue dat de liedjes van de dame zo goed waren omdat ze niet van die vrolijke, zorgeloze ‘Don’t Worry Be Happy’-reggae waren, maar dankzij de invloeden van de soul en rock aan diepgang wonnen. Bijna elk nummer van de set was een hoogtepunt.  We kunnen niet anders dan zeggen dat dit het beste optreden van de zondag was.

Intussen was voor de kerk van Vlieland een lange rij ontstaan. Meters van mensen wachtten op El Pino & the Volunteers, een folkband uit Nederland. Perskaarten zorgen ervoor dat je niet in de rij hoeft te staan en zo konden uw verslaggevers erbij zijn. Wat we zagen was een degelijk concert. De liedjes van El Pino & the Volunteers, die normaal wat vrolijker zijn, pasten zich wonderbaarlijk goed aan aan de kerk en zo kregen alle songs iets magisch, vaak net iets grootser gespeeld. Mooi moment toen het Bolderkoor meezong. Toch waren uw verslaggevers maar matig enthousiast, puur vanwege matige liedjes die niet overtuigden.

De laatste band die wij konden zien was Modest Mouse. Een van de weinige bands op het festival die niet uit de lage landen komt. Wat we konden verwachten van onze festivalafsluiter wisten we niet precies: het nummer Float On was ons referentiekader dus wij dachten dat Modest Mouse lo-fi indiepop zou spelen. Helaas was dat niet het geval. Een soort indie-hardrock kregen wij voor onze kiezen en dat vonden we niet leuk. Jammer dus, maar zo veel hadden we er nou ook niet van verwacht. Not my cup of tea.

En zo bracht Vlieland ons met Into the Great Wide Open enkele nieuwe namen, de bevestiging van een paar bandjes en een flink aantal tegenvallers. Het festival zelf was prachtig en als de muziek ons even niet aanstond konden we ons prima vermaken met een wandeling door het bos of een uitje naar het strand. Hopelijk zijn we volgend jaar weer van de partij – en is het weer dan net zo mooi.

-- Caspar Jacobs, September 6, 2010