‘If you think this is over / Then you’re wrong’. Het zijn de woorden waarmee Thom Yorke The King of Limbs afsluit. Woorden die na één dag al tot veel speculatie hebben geleid. Na het aanvankelijke enthousiasme komt als grote vraag naar voren: ‘is dit alles?’. Acht tracks, bij elkaar nog geeneens veertig minuten aan muziek. De aanwijzingen voor meer zijn volgens believers talloos en overduidelijk; het album zou in de eerste instantie op zaterdag uitkomen, maar werd plotseling toch een dag eerder gereleased; alle ordernummers beginnen met TKOL1 (is er ook een ’2′?); het laatste nummer heet ‘Separator’ en heeft die geheimzinnige regel tekst. Die ook gelijk mijn boodschap is aan Radiohead. Met Thom Yorke heb ik namelijk nog een appeltje te schillen voor het uitbrengen van deze muzak, dus inderdaad, Thom, if you think this is over, then you are wrong.
Muziek draait niet om het verleggen van grenzen, om het doen van dingen die ‘anders’ zijn, muziek draait in de eerste instantie om kwaliteitsliedjes. Dat ik The King of Limbs niet goed vind ligt niet aan het ontbreken van gitaren en klassieke songstructuren. Het heeft niks te maken met een bepaalde verwachting – die kan je bij Radiohead bij voorbaat al verwaarlozen. Het heeft alleen maar te maken met het ontbreken van kwaliteit in de muziek. Het enige waar de naam Radiohead tot nog toe garant voor leek te staan.
De nummers op Radioheads nieuwe album zijn echter doelloos. Ze beginnen, gaan vijf minuten door, en eindigen. In die vijf minuten gebeurt er natuurlijk heel wat, maar dat klinkt allemaal toevallig, zinloos. Radiohead heeft altijd al de neiging gehad om in hun nummers elke vijf seconden iets nieuws te laten gebeuren, maar dat gebeurde voorheen altijd op basis van solide songs, terwijl de effecten en geluidjes nu ronddrijven op een inhoudsloos oppervlak van steeds maar weer hetzelfde monotone computerritme. Songs als ‘Morning Mr Magpie’ en ‘Little by Little’ werken nergens naartoe, maar keutelen ellenlange minuten voort. Everett True schrijft geheel raak: ‘It’s rock music as mud: grey, formless, useless.’
Zoals een film met een nietszeggend verhaal gered kan worden door ijzersterk acteerwerk, zo kan een matig liedje vaak nog op een acceptabel niveau worden gebracht door een zanger met een gouden stem. Precies de categorie waarin Thom Yorke altijd te vinden was. Maar niet op The King of Limbs. Misschien liep Yorke altijd al het risico om op den duur zeikerig over te komen, maar pas op dit album is het echt zover. Hij zingt niet met overtuiging, passie of extase, maar met een mateloze verveeldheid die precies past bij het muzikale geneuzel dat hem begeleidt. Het zou helpen als Thom iets duidelijker zou zingen, zodat het tenminste klinkt alsof hij iets belangrijks te vertellen heeft. Maar deze muzak mist alle urgentie en voor het eerst vraag ik me af of Thom Yorke niet goed zou doen aan een bezoekje aan de logopedist.
Op de tweede helft van The King of Limbs trakteert Thom Yorke ons op iets traditionelere Radiohead-songs – natuurlijk nog lang niet zo ‘simpel’ als In Rainbows, als we de voorstanders van deze plaat moeten geloven – en horen we ook de andere bandleden wat meer op de voorgrond treden. Zo is ‘Codex’ een perfect overbodige opvolger van ‘Pyramid Song’ of het iets recentere ‘Videotape’. Wel zonder alle emotie, want kil en afstandelijkheid is het handelsmerk van Radiohead. Ik krijg er bijna tranen van in m’n ogen. Op de video bij de single ‘Lotus Flower‘ zien we dat Yorke hard aan zijn dansvaardigheden heeft gewerkt. Het is de nieuwe Thom Yorke. Hij vindt zichzelf hip en interessant en is druk bezig met zijn eigen hippe, interessante bezigheden, waaronder electronische muziek die zo saai is dat hij moeilijk geboeid kan klinken als hij zijn poëtische teksten zingt. Regels als ‘There’s an empty space inside my heart’ en ‘We will sink and be quiet as mice’ zijn autobiografisch en zelfs voorspellen. De achtergebleven en conservatieve fans, die nog geen kennis hebben willen maken met deze vernieuwde Thom Yorke, worden ook tevreden gehouden: ‘Separator’ is bíjna echte gitaarrock. ‘Give Up the Ghost’ is ook weer zo’n ontzettend emotioneel nummer. Zoiets als vreugde, gesteriliseerd verpakt in een doorzichtig plastic doosje.
Het is eigenlijk de grootste belediging die je als band kan krijgen, om na hard werken aan nieuwe muziek waar je volledig achter staat, als eerste reactie te krijgen: ‘waar is de rest? Dat je fans na een paar uur van chaos en opschudding al uitkijken naar het ‘echte album’ betekent niet alleen dat je muziek onbetekenend slecht is, het betekent ook dat je een grote groep mensen hebt teleurgesteld. Een teleurstelling die niet te maken heeft met het feit dat Radiohead weer lekker tegendraads en ‘anders’ doet – dat doen ze al vijftien jaar lang – maar met het overduidelijke gebrek aan kwaliteit op The King of Limbs. ‘If you think this is over / Then you’re wrong’, zingt Yorke, maar het is precies andersom. Radiohead heeft na achttien jaar en zeven platen een album gemaakt dat flink tegenvalt. It’s over.
-- Caspar Jacobs, February 20, 2011
