Cults – Cults

flattr this!

Een EP met drie liedjes, dat was alles wat Cults nodig had om een hype te worden. Een jongen en een meisje aan de Universiteit van New York die in hun vrije tijd muziek maken om aan een stelletje vrienden te laten horen. Een drietal van die liedjes belandde op het internet en aan de overkant van de oceaan werd de onweerstaanbare indie-pop warm onthaald, onder andere door Pitchfork die de ultieme zomerhit ‘Go Outside’ het label Best New Music meegaf. De makkelijk in het gehoor liggende popsongs wekten ook de interesse van Lily Allen, die op haar eigen label In the Name Of - een dochtermaatschappij van Sony – het eponieme debuutalbum van Cults uitgeeft.

Het kan snel gaan, maar de manier waarop Cults van hobby-bandje naar Sony-act is verrassend. Wanneer zoiets gebeurt komt vanzelf de vraag naar boven: kunnen ze het waarmaken? Blijft de ongedwongen spontaniteit van het duo uit New York bewaard, nu vele ogen gericht zijn op het verwachte debuutalbum en ze een professioneel platencontract hebben? Maar als het eerste gemompel van ‘Abducted’ begint te klinken, om even later open te barsten met een Phil Spector-klinken klankentapijt, dan begint de twijfel langzaam weg te ebben. Nummer twee op de plaat is de hit ‘Go Outside’, dat al maanden niet meer uit m’n hoofd gaat, en als daarna ‘You Know What I Mean’ opent met de eerlijke bekentenis “I, I can’t take things slowly” weet ik dat het goed zit. Sterker nog, ik ben verkocht.

Misschien is het juist de snelheid waarmee alles is gegaan, die de puurheid van Cults heeft kunnen bewaren. De liedjes op Cults klinken alsof ze net zijn geschreven; ruw, losjes, wijfelend, maar wel enthousiast en vol levenslust. Alsof Madeline Follin de studio komt uitlopen en blij zegt: ‘hoor eens wat we nu weer hebben gemaakt’, om vervolgens meteen het liedje te spelen. Op de achtergrond horen we geroezemoes, als was het een publiek dat toehoort. Een hechte vriendenkring, een cult zelfs misschien. De liedjes van Cults zijn niet geschreven voor een groot publiek; het zijn nog steeds dezelfde studio-knutselwerkjes die Follin en Brian Oblivion aan hun vrienden willen laten horen.

Het is echter niet alleen maar het toegankelijke, open geluid dat Cults zo’n goede band maakt. Achter de simpelheid van de twee-minuten-drie-akkoorden-songs zitten wonderbaarlijke geluidsstudies en klanktapijtjes. Met gebruik van speelse xylofoontjes, heldere orgeltjes waarvan alleen de rechterhelft van de toetsen wordt gebruikt en mysterieuze geluidssamples van stemmen worden de catchy melodieën uitgebreid tot echte liedjes. Laagje bij laagje bouwt Cults de liedjes voorzichtig en subtiel op, tegelijkertijd coherent en breekbaar. Hierin onderscheidt Cults zich van de Best Coasts en Vaccines op deze wereld (laat staan alle soortgelijke Zweedse bandjes): een scherp gehoor voor geluid en detail.

Her en der speelt Cults leentjebuur bij fifties ‘n’ sixties girl-groups zoals The Supremes en The Shangri-Las en ook Phil Spector is een aanwijsbare bron van inspiratie, maar die invloeden worden in een 21e-eeuws jasje gestoken met gitaren, samples en synthesisers. Genoeg om het debuutalbum een eigen smoel te geven. Dat we sommige melodieën al eens eerder hebben gehoord is dan helemaal niet erg meer.

Iets meer dan een halfuur lijkt de ideale lengte voor een album als dit; zoete popliedjes die precies afgelopen zijn als het storend of te veel van hetzelfde begint te worden. Bij Cults is dat niet zo. Wanneer de sing-along-song ‘Rave On’ afgelopen ben ik telkens weer teleurgesteld en voor ik het weet staan ‘Oh My God’, ‘Most Wanted’ of ‘Abducted’ nog een keer op. In dat laatste nummer zingt Madeline Follin: “I knew right then that she’d been abducted”. Dat is precies wat Cults met mij heeft gedaan: me ontvoeren.

-- Caspar Jacobs, June 6, 2011