Mijn collega’s die iets minder optimistisch zijn over hedendaagse popmuziek dan ik ben – wellicht omdat ze opgegroeid zijn in een ander decennium, vaak zelfs een andere eeuw – stellen dat alle muziek tegenwoordig bestaat uit jatwerk, kopieën van de Beatles, van Pink Floyd, van David Bowie, U2, Nirvana en nog veel andere ongetwijfeld invloedrijke bands uit het verleden. Slave Ambient, het tweede album van The War on Drugs uit Philadelphia, zouden zij ongetwijfeld als bewijs aanvoeren. Het valt niet te ontkennen dat de liedjes op Slave Ambient bol staan van de verwijzingen naar Springsteen, Dylan en Neu!. Betekent dat, dat we hier te maken hebben met inspiratieloze muzikanten, met een herhaling op werk dat twintig of veertig jaar geleden al is gedaan, en bovendien beter? Ik denk van niet.
The War on Drugs is in 2003 ontstaan uit een samenwerking tussen Adam Granduciel, de huidige frontman en zanger van de groep, en Kurt Vile, die The War on Drugs inmiddels verlaten heeft. Van hem kwam eerder dit jaar al het solo-album Smoke Ring for my Halo uit, een intrigerend album dat op hetzelfde moment persoonlijk en afstandelijk aanvoelt. Aan de ene kant is de link met Slave Ambient snel gelegd. Beide platen hebben eenzelfde soort gelaagd geluid, melodieën verscholen onder sluiers van muziek. Ook de stemmen van Adam en Kurt verschillen niet veel van elkaar. Maar aan de andere kant zijn ze zeer verschillend. Smoke Ring for my Halo is een persoonlijk album, terwijl Slave Ambient muzikaal interessanter in elkaar zit. Kurt Vile’s muziek klinkt kaal, desolaat, terwijl het geluid van The War on Drugs vol is en een groot deel van de songs up-tempo. Een partijdige fan die van Vile en Granduciel zijn persoonlijke Noel-Liam- of Lennon-McCartney-strijd heeft gemaakt (zelf zien ze het absoluut niet zo; de twee treden zelfs vaak samen op en Kurt Vile speelt mee op een aantal nummers op Slave Ambient) zou kunnen zeggen dat Smoke Ring for my Halo authentiek is, en Slave Ambient oppervlakkig. Maar zo’n fan doet geen eer aan aan het muzikaal interessante geluid van de laatste.
Zo is het niet zo, dat Granduciel regelmatig als de jonge Bob Dylan klinkt, alleen vanwege zijn stemgeluid. Ook de manier waarop woorden worden uitgesproken, zinnen worden gevormd en in het metrum van de muziek gepast hebben iets weg van ‘Tombstone Blues’ of ‘Memphis Blues’. En sinds wanneer hebben we een mondharmonica zo horen rocken als in ‘Baby Missiles’?
Desondanks kunnen we The War on Drugs niet verwijten een Bob Dylan-kloon te zijn. Want wanneer hoorden we bij Dylan groots klinkende rockmuziek à la Bruce Springsteen? Daaroverheen ligt dan weer een laag van onontwarbare shoegazegitaren, die echter afgewisseld worden met ’80s-synths. Alsof Echo & The Bunnymen liedjes covert van My Bloody Valentine, of Springsteen on drugs. The Edge die meespeelt bij Wilco. Dit eclectische geheel wordt bij elkaar gehouden en gestuurd door een onverstoord doortikkende drummer, die laat zien dat hij de ‘motorik’ (een 4/4 maatsoort van gemiddeld tempo (moderato pace), voor de musici) van Kraftwerk en Neu! goed beheerst.
Als tegenwerping op de critici uit de eerste alinea wordt vaak beweerd dat verschillende invloeden combineren, ook het creeëren van iets nieuws is. The War on Drugs zijn daar uitstekend in geslaagd. Slave Ambient klinkt fris. Als ik ‘Your Love Is Calling My Name’ hoor dan wil ik niet Autobahn of Blonde on Blonde uit de kast halen, dan wil ik meer horen van The War on Drugs. Ze hebben wel degelijk een eigen geluid en dat geluid beheersen ze zonder meer. Ook de kraakheldere productie speelt een rol. Het is niet zo dat dit totaal eigen geluid simpelweg ontstaat uit het mengen van invloeden; er wordt iets toegevoegd. Want hoewel de muzikale patronen en stijlen herleidbaar zijn, bevat Slave Ambient ook sfeer en emotie. Granduciel vertelt in zijn nummers abstracte verhalen, als incomplete herinneringen en vergeten dromen. Soms geeft de muziek je het gevoel alsof je in een trein zit die razendsnel een landschap voorbijraast. Granduciel probeert dat landschap te beschrijven, maar hij zit in die trein en ziet alleen maar flarden en vegen van die wereld.
Slave Ambient is niet het bewijs dat de huidige muziek-’industrie’ leidt aan creatieve armoede. Juist zo’n muzikaal rijk album als dit toont aan dat er ook in 2011 nog spannende, frisse en vernieuwende muziek gemaakt kan worden (was het überhaupt nodig om dat te bewijzen?). De kracht van The War on Drugs is dat ze intrigerende muziek weten te verpakken in pakkende rocksongs. Op die manier is Slave Ambient een album dat keer op keer blijft verrassen, maar ook al snel vertrouwd aan gaat voelen. Het is een album dat je wil blijven draaien, om meegesleept te worden door die diverse muzikale massa, om er een ontdekkingstocht in te beginnen en om erin te verdwalen. Slave Ambient is een brug-album dat traditionele muzikale invloeden combineert met avontuurlijke vernieuwingsdrang. Kortom, een steengoede plaat.
-- Caspar Jacobs, September 2, 2011
