Feist – Metals

flattr this!

Hoewel we in de tussentijd samenwerkingen hoorden met Grizzly Bear, Broken Social Scene en Ben Gibbard van Death Cab for Cutie, heeft het toch vier jaar geduurd voordat er een echt nieuwe Feist-plaat uitkwam. Van Let It Die uit 2007, voor Feist haar doorbraak, met catchy nummers zoals ’1234′ en het door James Blake bekend gemaakt ‘Limit to Your Love’, is Metals de langverwachte opvolger.

Vanaf het begin af aan is al meteen duidelijk waarom we ook alweer uitkeken naar dit nieuwe werk van de Canadese zangeres. Feists stem klinkt als altijd weer even beklemmend. Op het eerste gehoor klinkt ze niet als een zangeres met een grootse stem, een bereik en volume zoals bijvoorbeeld Kate Bush, maar op een heel andere manier legt Leslie Feist kracht in haar zang. Op sommige momenten klinkt ze breekbaar, als ze ijl door haar composities heen zweeft, ongrijpbaar maar duidelijk aanwezig, maar op andere stukken zingt Feist zo op tegen orkestrale uitbarstingen. Het langzaam aanzwellende ‘Graveyard’ bijvoorbeeld mondt uit in een euforisch gescandeerd “bring them all back to life!”, met triomfantelijke blazers. Nog beklemmender is het einde van ‘The Undiscovered First’, waar wederom zwaar aangezette blazers Feist ondersteunen in een extatisch refrein. De sterkte van Feist is niet dat ze het voor elkaar krijgt om over het orkest heen nog op de voorgrond te blijven, maar hoe ze dat schijnbaar zonder moeite doet. Feists zang heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht die je haast dwingt om te luisteren, als een lichtje dat zo helder schijnt dat het van kilometers afstand nog duidelijk te zien is.

Metals is geen orkestalbum. ‘Caught a Long Wind’ straalt een natuurlijke rust uit, met Feist die zingt over vogels die op de wind drijven als metafoor voor het leven en zo ook zelf een vogeltje wordt, een nachtegaal misschien. “I caught a long wind / A long life wind / I got to know the sky / But it didn’t know me / Got to see the light / And land on top of the sea / And be the bird, be the key”. De eerste single, ‘How Come You Never Go There?’ is ook een ‘klein’ liedje, maar wel een met een onderhuidse spanning. Dat is het grootste verschil tussen Metals en Let It Die. Op beide platen staan zachte liedjes met Feists zang in de hoofdrol en ondersteund door lichte melodieën. Maar Let It Die klonk werkelijk onschuldig, een nummers als ’1234′ als een popliedje zonder consequenties, terwijl op Metals de onderhuidse spanning groter is, soms daadwerkelijk ontaardt in concrete dreiging, zoals in het angstige ‘A Commotion’, waarin Feist klinkt alsof ze op de vlucht is. Opener ‘The Bad In Each Other’ laat al meteen de zware bassen horen die in contrast staan met Feists lichtvoetige stemgeluid en die het hele album door een prominente rol spelen.

Op sommige momenten op Metals ontstijgt Feist het popliedje en klinken de tracks als individuele, op zichzelf staande composities. Hoe catchy ‘Bittersweet Melodies’ ook is, het liedje dat het langste in je hoofd blijft zitten na beluistering, het is geen popsong, maar een meeslepend verhaal. Zoals een boek geen optelsom is van stijl, plot en karakters, zo zijn de nummers op Metals geen combinatie van ritme, melodie en klankkleur, maar een geheel eigen wereld. De arrangementen met strijkers en blazers dragen hier zeker bij aan dit unieke geluid, maar ze vormen niet de formule achter dit succes. Waar bij sommige liedjes meteen duidelijk is hoe ze in elkaar zitten, wanneer de refreinen komen en die je al na één keer luisteren kan meeneuriën, zitten de stukken van Feist vol verrassingen. Het schitterende ‘Anti-Pioneer’ kabbelt eerst rustig vier minuten voort, om pas op het einde haar geheimen prijs te geven met langzaam naar de voorgrond tredende violen en een laatste beheerste uithaal van Feist. Het is dit doseren dat van Metals geen overtrokken orkest-kitsch maakt, maar een album dat ondanks de violen en trompetten zo puur weet te klinken.

Dat Feist haar muziek desondanks nog even toegankelijk laat klinken als vier jaar geleden is misschien wel de bijzonderste verdienste van haar nieuwe album. Niet alle liedjes slaan direct aan, maar stuk voor stuk klinken ze aantrekkelijk, uitnodigend om vaker te luisteren, nog een keer te proberen. En elke keer word je een stukje meer meegesleept binnen de wereld die Feist op Metals heeft gecreëerd. James Blake kan wel inpakken, want van de liedjes op Metals is het onmogelijk voor te stellen dat ze na interpretatie van een andere artiest nog even magisch en tijdloos zijn.

-- Caspar Jacobs, October 16, 2011