Florence + The Machine – Ceremonials

flattr this!

‘Een kruising tussen Kate Bush en Kate Nash’, dat was de beschrijving die mij er in de zomer van 2009 van overtuigde het debuut Lungs van Florence + The Machine te downloaden. En inderdaad was er in de krachtige vocalen van Florence Welch wel iets van Kate Bush te herkennen, terwijl een aantal songs net zo catchy was als Kate Nash’ popmuziek. Het bombastische, maar uitgekiende geluid was wat Florence onderscheidde van alle andere Kate’s en Amy’s die destijds uit de gronden van de muziek opdoken. In tegenstelling tot pakweg Amy MacDonald had Florence Welch net dat beetje soul dat de muziek weet weg te houden van de oppervlakkigheid.

Toch keek ik niet bovengemiddeld uit naar het tweede album van Florence + The Machine, Ceremonials. Want hoewel ‘Dog Days Are Over’ en ‘You’ve Got the Love’, de opener en afsluiter van Lungs, het nog altijd goed doen, weten de nummers daartussenin lang niet allemaal diezelfde overtuigingskracht vast te houden. Dat Florence Welch íets heeft is overduidelijk, ook als we kijken naar gedreven live-uitvoeringen, maar wat dat precies is en vooral of ze het kan volhouden om dat te laten uitkomen is nog onduidelijk.

Ook Ceremonials is een tweeledig album. Het geluid van Florence + The Machine is hier een stuk donkerder dan op Lungs, en als we nog kunnen spreken van popsongs zijn die nu wel vermomd als zware brokken muziek. De single ‘What the Water Gave Me’, over verdrinkingsdood, bijvoorbeeld, is al lang geen meezinger voor op Pinkpop meer, maar een intens nummer dat uitmundt in dynamiekverschillen en van onheilspellende koorzang ontaardt in een woedende eindclimax. “Lay me down / Let the only sound / Be the overflow / Pockets full of stones”. De categorie van Amy MacDonald en Kate  Nash ontstijgt Florence + The Machine hier volledig en er kunnen heel voorzichtig parallellen getrokken worden met de tweede helft van Kate Bush’ Hounds of Love, over een bijna-dood-ervaring die Bush zelf ooit meemaakte.

Samen met de eerste twee nummers, ‘Only If For a Night’ en ‘Shake It Out’, heeft Ceremonials een sterk openingstrio. Lichte melodielijnen en meezingrefreinen maken plaats voor theatraliteit en bombasme, zonder iets aan catchyness in te leveren. We horen weer de kracht en het bereik van Welch’ zang en bondige nummers. Maar vanaf daar gaat het album bergafwaarts. Want lang niet elk liedje is even sterk gescheven en mooie zang kan daar niet altijd wat aan doen. Wat vooral stoort is echter de volle productie, die voor de eerste drie nummers goed werkt om het album wat extra pit mee te geven, maar na meer dan drie kwartier toch behoorlijk storend begint te worden. Eén van de sterkste punten van Lungs was dat Welch haar neiging tot grootsheid wist te doseren en in bedwang te houden, maar op Ceremonials laat ze die controle volledig gaan. ‘Breaking Down’ begint met iets wat als een licht kamerorkest zou moeten klinken, een beetje in de stijl van Arcade Fire, maar door de bassige productie en overdaad aan instrumenten gaat dat effect meteen verloren. Zeker voor iemand met zo’n directe en overweldigende stem als Florence Welch is een rustpuntje soms nodig.

De loudness war hebben Florence + The Machine dus gewonnen, maar onze waardering nog niet helemaal. Dat is nog erger, omdat we weten dat Florence Welch het wel in zich heeft en ook op dit album tot haar recht komt op ‘What the Water Gave Me’ en een klein aantal andere hoogtepuntjes. En als ze het elke twee jaar voor elkaar krijgt om een handjevol goede nummers op te leveren is dat zeker niet slecht, maar ik hoop dat er in de toekomst ook nog een album komt dat van A tot B uitsteekt.

-- Caspar Jacobs, November 12, 2011