De mannen van Guided by Voices zijn geen rocksterren, het zijn ronduit anti-helden. Al sinds de vroege jaren 80 produceren Robert Pollard en consorten lo-fi muziek voor suckers. Midden jaren 90 kreeg de band langzaamaan wat reputatie met de ‘succesvolle’ albums Bee Thousans en Alien Lanes, platen die nu gezien worden als grondleggend voor de huidige indie rock. Daarna volgden onder meer Mag Earwhig! en Do the Collapse, die iets commerciëler klonken – hoewel commercieel natuurlijk totaal niet van toepassing is op Guided by Voices. In 2004 verscheen Half Smiles of the Decomposed en daarna was het voorbij… Totdat vorig jaar een reünie met de klassieke line-up, dus die van rond 1995, bekend werd gemaakt en deze maand comeback-album Let’s Go Eat the Factory uitkwam.
Stilistisch gezien is Let’s Go Eat the Factory zeker een teruggreep op het oudere werk. De onafgewerkte muziekjes, in lengte variërend van 35 seconden tot net 4 minuten, op het album kunnen nauwelijks de naam ‘liedjes’ dragen. Het album in zijn geheel duurt iets meer dan 40 minuten en telt 21 van deze ‘liedjes’. Guided by Voices zou best eens een groep met ADHD kunnen zijn; van het ene idee gaan ze meteen door met het volgende, schijnbaar zonder er veel aandacht aan te besteden. Ook de productie klinkt eerder als een noodzakelijke bijkomstigheid van de liedjes dan als een apart onderdeel van het muzikale proces. Ja, Let’s Go Eat the Factory klinkt iets helderder dan Alien Lanes, maar dat was een verandering die ook al was doorgezet begin 21e eeuw. Hier en daar horen we viooltjes, wat in het begin een beetje vreemd aandoet, maar uiteindelijk prima in de liedjes past.
Guided by Voices moet het niet hebben van een sterke single die in je hoofd blijft rondspoken of een album met een doordacht concept, maar toont zijn schoonheid juist in de kleine details en losse melodietjes die af en toe rondslingeren. Het zijn de kleine, magische momenten die klinken alsof je ze per ongeluk op straat ziet liggen. Neem bijvoorbeeld het uiterst lullige fluitdeuntje aan het begin van ‘Doughnut for a Snowman’, dat natuurlijk niet om aan te horen is, maar wel een bepaald soort rauwe eerlijkheid bevat. Guided by Voices is misschien wel de minst pretentieuze popgroep die ik ken, zo naturel is hun geluid en zo eigenaardig hun liedjes. De songtitels alleen al zijn goed waard: afsluiter ‘We Won’t Apologize for the Human Race’, ‘How I Met My Mother’ en single ‘The Unsinkable Fats Domino’.
Dat soort onverwachte vondsten zijn op Let’s Go Eat the Factory talrijk. De manier waarop ‘Spiderfighter’ overgaat van een gitaardoordrenkt rocknummer naar een rustig pianoliedje, ‘Old Bones’ dat qua melodie lijkt op het oud-Hollandsche liedje ‘Roodborstje tikt tegen ‘t raam’ of het kleine liefdesliedje ‘My Europa’. Af en toe doet de werkwijze van Guided by Voices op hun nieuwe album me een beetje denken aan The Beatles’ White Album: ten eerste raken de meeste liedjes de kern van een popsong, maar zijn ze tegelijkertijd onafgewerkt of onbedoeld grappig, en ten tweede passen beide bands een tactiek toe waarbij ze niet schaven tot ze de tien meest perfecte liedjes op één album hebben staan, maar schieten veel losse flodders, waarvan er een aantal raak zijn en een aantal missen. Juist omdat het zulke korte liedjes zijn die niks pretenderen is zo’n misser niet erg.
Ook de bandleden blijven gewoon zichzelf en wekken niet de minste indruk de ‘grootvaders van de indie’ te zijn of op een andere manier aanspraak te kunnen maken op eer en roem. Tijdens een optreden bij David Letterman struikelt bassist Greg Demos tijdens het uitvoeren van een danspasje, maar Demos staat gewoon weer op en de rest van de band trekt zich niets aan van zijn val. Het risico dat bands vaak lopen bij een comeback is dat ze hun oude geluid te veel proberen te construeren in plaats van te zijn wie ze zijn, maar Guided by Voices trapt niet in die valkuil. En nee, zo goed als in hun glorietijd is het niet, maar het is beter dan verwacht en in elk geval typisch Guided by Voices. De band is van plan om in mei nog een album uit te brengen en als dat net zo goed is als Let’s Go Eat the Factory zeg ik daar geen nee tegen.
-- Caspar Jacobs, January 25, 2012
