Leonard Cohen is mijn vader. Ook al begreep ik een kleine tien jaar geleden nog maar weinig van de teksten van de inmiddels 77-jarige muziekveteraan, ik voelde al wel de vaderlijke geruststelling van Cohens halfpratende basstem, een stem die weliswaar vertelde dat de wereld soms pijn doet en oneerlijk is voor degenen die het het minst verdienen, maar ook de troost gaf dat anderen dat ook meemaken en dat het het leven niet minder waard maakt. In zekere zin leert Cohen ons om met de duivels en in de wereld om te gaan, in plaats van ze te vermijden en te treuren als dat niet lukt.
Het spottend getitelde Old Ideas, zijn twaalfde album sinds 1967, lijkt na 45 jaar tijd het moment waarop Leonard Cohen afscheid neemt van zijn eigen duivels. “I’d love to speak with Leonard,” zo opent hij het album, “He’s a lazy bastard / Living in a suit”. Typischer Cohen kan bijna niet. Hij beschrijft zichzelf als een trouwe metgezel, een vervelende man met mankementen, maar iemand met wie Cohen het leven moet leven en met dat lot heeft hij zich verzoend. “But he does say what I tell him / Even though it isn’t welcome / He will never have the freedom / To refuse”. Een strofe verderop zet Cohen de uitgangspunten van zijn alter-ego (“to write a love song [...] a manual for living with defeat”), symbool voor wat hij wil presteren ten opzichte van de buitenwereld, tegenover zijn wensen naar zichzelf toe. “I want to make him certain / That he doesn’t have a burden”.
Het cryptische Show Me the Place moet in mijn ogen of over Cohens geboorteplaats gaan, of over zijn graf. Of beiden, natuurlijk. “Show me the place where the word became a man / Show me the place where the suffering began”. Inmiddels is Leonard Cohen oud (en wijs, al zal hij het daar zelf niet mee eens zijn) en heeft hij weinig over van waar hij mee begon. “The troubles came I saved what I could save / A shred of light, a particle a wave”. Ook in het bluesy The Darknesstelt Cohen alvast af naar zijn laatste dagen: “The present’s, not that pleasant / Just a lot of things to do”. Door de jaren heen heeft ‘the darkness’ meneer Cohen te pakken gekregen, en nu, aan het eind van zijn dagen, laat die hem niet meer los. Het leven laat niets anders achter dan een zwarte vlek, die begint als een klein spatje inkt en een altijd aanwezige factor is voor we er erg in hebben, en die we tot het einde mee moeten dragen. Maar zodra de duisternis je altijd achtervolgt, als een schaduw, wordt het ergens ook een vriend, een vervelend familielid dat je niet kan uitstaan, maar waar je uiteindelijk toch van houdt. Op die manier weet Leonard Cohen zich te berusten in zijn lot.
Helaas maakt deze rust wel een tamme plaat van Old Ideas. Toegegeven, het beklemmende van pakweg ‘Dress Rehearsal Rag’ was Cohen al een tijdje kwijt, maar Old Ideas verliest na de eerste vier nummers toch wel wat glans. Het begin is erg hoopvol, met zelfspottende poëzie zoals we die gewend zijn (Cohen noemt zich in Going Home ‘the brief elaboration of a tube’), een nog nooit zo krakende mompelzang en rustige muzikale begeleiding. Maar wanneer er vervolgens nog eens zes zulke nummers komen, met telkens dezelfde minimale muzikale middelen en dat zachte vrouwenkoortje op de achtergrond, wordt Old Ideas een beetje vervelend. Zoals de laatste jaren van een man slechts nog slepende dagen zijn, die gevuld worden met heen- en weerschommelen in een stoel en avondjes Bingo, zo krijgt ook de tweede helft van Old Ideas iets slooms en ouwe-mannerigs.
Coming to the end of the book
But not quite yet
Maybe when
we reach
the bottom
Die woorden staan geschreven op de achterkant van het hoesje van Old Ideas. Ik ben doorgegaan tot het einde, zo lijkt Leonard Cohen te willen zeggen. En voor iemand die op een zeer respectabele leeftijd van 77 jaar nog een meer dan redelijk album als dit weet te maken, heb ik weinig slechts te zeggen. Cohen heeft in zijn muzikale leven ongetwijfeld alles gegeven wat hij had. En voor dat ben ik hem dankbaar. Nu is het waarschijnlijk tijd dat mijn peetvader daadwerkelijk gaat rusten, en zal ik het moeten doen met alle zonen in stijl die hij op aarde heeft gezet. Zoals hij mij met zijn stem altijd een onweerstaanbare rust liet voelen, zo zeg ik nu ook tot Leonard Cohen: welterusten.
-- Caspar Jacobs, February 6, 2012
